Januari 2010
Geachte lezer,
Natuurlijk willen wij u allereerst op deze plaats een gelukkig 2010 toewensen.
Ook in dit nieuwe kalenderjaar gaan wij u weer van belangrijke informatie voorzien, vandaar deze maandelijkse nieuwsbrief.
Een heel verhaal, maar er is zeker iets interessants voor u bij.
Oudere nieuwsbrieven kunt u trouwens ook terug vinden op onze website.
Veel leesplezier !
(1) Nogmaals Nieuwe Successiewet
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet op 15 december jl. aangenomen en de wetswijziging is per 1 januari 2010 van kracht geworden. Een aantal zaken dienen nog door de Staatssecretaris bij aparte Resoluties nader ingevuld te worden (toelichting / interpretatie, specifieke casuïstiek).
Wij houden u op de hoogte. Wellicht dat we in één van de volgende nieuwsbrieven een aantal concrete voorbeelden geven omtrent de toepassing van de nieuwe regels.
Heeft u zelf nu al bepaalde concrete gevallen / situaties, die u graag wilt laten beoordelen, dan zijn wij u graag meteen van dienst.
(2) Huwelijkse Voorwaarden en Bewijs
In echtscheidingsprocedures is regelmatig onderwerp van discussie de uitleg van huwelijkse voorwaarden: het gaat dan nogal eens over vóór het huwelijk opgebouwd vermogen, of over kapitaal dat is verkregen uit schenking of erfenis. En nog vaker over: de daarmee gedane investeringen, beleggingen, en over de waardestijgingen of vruchten daarvan.
De Hoge Raad heeft daarin een duidelijke lijn gekozen, maar de gevallen die zich voordoen zijn zeer verschillend en worden toch nog vaak aan de rechter voorgelegd.
Zo deed ons hoogste rechtscollege op 10 juli 2009 de uitspraak dat in geval van bepaalde, overigens zeer gebruikelijke huwelijkse voorwaarden niet alleen vóór het huwelijk opgebouwd vermogen buiten elke verrekening blijft, dus toekomt aan de echtgenoot die het heeft opgebouwd, maar ook de vruchten en evenredige waardestijging daarvan. Het bepalen daarvan is echter niet altijd gemakkelijk en vaak een bewijskwestie, waarbij wél de bewijslast ligt bij de echtgenoot, die heeft opgebouwd.
Bij gebrek aan bewijs geldt de nominaliteitsleer. Je krijgt dan de nominale ingebrachte waarde terug, niet meer maar ook niet minder. Als de andere echtgenoot claimt dat het voorhuwelijks vermogen niet meer aanwezig is, dient deze dat zelf te bewijzen.
Boodschap: Bewaar zorgvuldig alle documentatie omtrent voorhuwelijks of ander privé-vermogen alsmede de ontwikkeling daarvan.
Zonder huwelijkse voorwaarden, dus in geval van de wettelijke algehele gemeenschap van goederen, maakt voorhuwelijks vermogen (dus ook schulden) deel uit van de gemeenschap.
Overigens is uitgesproken dat indien men binnen 3 jaar na de huwelijksdatum alsnog vanuit die gemeenschap van goederen huwelijkse voorwaarden opmaakt, dat niet gezien wordt als een schenking tussen echtgenoten.
(3) Nieuwe Regels voor het Notariaat
Er is een duidelijke ontwikkeling waarbij de druk op het notariaat om misstanden te signaleren, te melden c.q. aan te pakken, is toegenomen. Dit uit zich in allerlei regelgeving.
- Voorbeeld: Een aantal hypotheekadviseurs declareren tegenwoordig rechtstreeks aan hun cliënten en vragen daarbij aan de notaris het gedeclareerde bedrag te incasseren via de afrekening van de cliënt (bij oversluiting hypotheek of aankoop woning) en wel uit de hypotheekgelden van cliënten. De notaris mag daar maar in beperkte vorm aan meewerken. Hij heeft richtlijnen gekregen omtrent wat een gebruikelijk honorarium voor adviseurs is en mag daarboven niet zijn diensten verlenen.
Als maximum geldt 1,5 % van de in het specifieke geval concreet afgesloten lening of kredietverstrekking, met als absoluut maximum € 2.600,00.
In een geval van overschrijding neemt de notaris de gedeclareerde post niet in zijn afrekening op. Het gehele bedrag dient dan maar door de cliënt zelf rechtstreeks aan de adviseur te worden voldaan.
De notaris mag overigens in het geheel geen kosten voor extra nazorg, toekomstig advies of zogenaamde "hypotheek-APK" uitbetalen aan adviseurs.
- Voorbeeld: Een adviseur heeft voor een aankoop door een cliënt een hypotheek geregeld van € 250.000,--. De maximaal via de notaris te incasseren vergoeding is dan eigenlijk € 3.750,-- (1,5 %), maar door gemeld absoluut maximum is dat dus niet meer dan € 2.600,--. Een bemiddelingsnota is goed mogelijk in combinatie met inhouding van afsluitprovisie door de bank, maar het totaal van beide mag dan evengoed niet meer dan 1,5 % van de lening bedragen.
Stel dat in gemeld voorbeeld de bank € 1.250,-- afsluitprovisie in mindering brengt op het geldleningsbedrag dan is de ruimte voor een aanvullende nota € 2.600,-- minus € 1.250,-- is € 1.350,--.
Een verhoogde hypothecaire inschrijving is niet van invloed op deze berekeningen dus als in ons voorbeeld de hypothecaire inschrijving afwijkt van de lening en bijv. € 500.000,-- bedraagt, verandert dit niets aan gemelde uitkomsten.
- Een ander voorbeeld is een verzekering voor arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Uit de stukken van de bank moet expliciet blijken dat de verzekering een voorwaarde is voor hypotheekverstrekking. Anders mag de notaris deze post niet op zijn afrekening vermelden. De koopsom / premie dient dan door cliënt zelf rechtstreeks te worden voldaan.
Met dit alles wordt voorkomen dat de afrekening van de notaris wordt gebruikt om bijna onopgemerkt ongebruikelijk hoge vergoedingen te incasseren.
- Overigens is er onlangs een wetsvoorstel ingediend om het toezicht op het notariaat, zowel preventief als repressief, ingrijpend te wijzigen.
Zo komt er één algemene inspectie op het notariaat en wordt het aantal tuchtcolleges teruggebracht tot 5. Ook de mogelijkheden om de beklaagde notaris te ontslaan, te schorsen of anderszins te straffen (boetes!) worden verruimd.
Belangrijk is voorts dat de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de notaris worden beperkt en de instanties onbeperkt inzagerecht krijgen in vertrouwelijke dossiers. De notaris zal in meer gevallen dienst moeten gaan weigeren en meer situaties moeten melden als ongebruikelijke transactie.
Ook de kwaliteitstoetsing wordt in de wet verankerd en er komt een persoonlijkheidstoets bij de benoeming tot notaris.
(4) Verschillende Waardes Toegestaan
Bij uitspraak van de Hoge Raad d.d. 25 september 2009 is komen vast te staan dat men voor bepaalde concrete bestanddelen van een nalatenschap voor de onderlinge verdeling tussen de erfgenamen een andere waarde mag hanteren dan die men gebruikt bij de aangifte voor de erfbelasting.
Voorbeeld: Men geeft de ouderlijke woning in de aangifte voor erfbelasting op voor een bepaalde waarde, dan is het toegestaan dit pand tegen een daarvan afwijkende waarde aan één der erfgenamen toe te delen (lager / hoger). Men mag bovendien van een andere waarde uitgaan als het alleen gaat om de berekening van het erfdeel van de eerstoverleden ouder (dat men later van de langstlevende ouder tegoed heeft).
Overigens is met inwerkingtreding van de gewijzigde Successiewet voor woningen de WOZ-waarde, zonder mogelijkheid van tegenbewijs, de aan te geven waarde.
Wat is dan wel mogelijk als je het er niet mee eens bent? Als men een woning erft en men vindt de WOZ-waarde te hoog dan kan men wellicht (als nieuwe eigenaar) een nieuwe beschikking vragen en daar bezwaar tegen maken. Hiervoor bestaan echter gewisse regels (bij de gemeente indienen, binnen 6 weken, motiveren met argumenten, binnen bepaalde marges is er geen bezwaar mogelijk).
Gelet op de nieuwe successietarieven kan men daardoor misschien nog een behoorlijk bedrag aan erfbelasting besparen.
De Rechtbank Den Haag vond op 16 oktober 2009 overigens een aangegeven waarde fiscaal niet acceptabel toen het betreffende pand enkele maanden na het overlijden verkocht werd voor 30% meer.
(5) Matiging van Contractuele Boetes
Indien een koper van een onroerende zaak wanprestatie pleegt is hij contractueel meestal een boete verschuldigd. Daarbij is er vaak sprake van een combinatie van 3 promille per dag bij tijdelijk verzuim en 10% bij algeheel verzuim.
Boete staat in beginsel los van schadevergoeding.
De ontstane situatie kan ter toetsing aan de rechter worden voorgelegd.
Vragen die gesteld kunnen worden zijn: Is er wel sprake van toerekenbare wanprestatie? Heeft de verkoper de juiste formaliteiten in acht genomen (ingebrekestelling)? Vanaf wanneer is er sprake van wanprestatie?, en: Hoe hoog is de boete exact?
Wanneer het resultaat vervolgens buitensporig is dan heeft de rechter de mogelijkheid de boete te matigen. Buitensporigheid van de boete wordt bijv. getoetst aan de omvang van de schade van verkoper!
Is er nauwelijks schade en de boete fors, dan is de kans op matiging door de rechter aanzienlijk.
Let op: In sommige contracten is de boete aan de schade gekoppeld in die zin dat boete en schade samen nooit meer dan 10% van de koopprijs kunnen zijn. Win in een dergelijke situatie altijd serieus juridisch advies in.
Let ook op hetgeen u hieromtrent overeenkomt. Het kan achteraf goed van pas komen als men hier vooraf aandacht aan besteedt. Beding niet alleen boetes maar ook zekerheden zoals een borgstelling door een derde, een bankgarantie of waarborgsom, zodat ook incasso mogelijk is.
(6) VVE's inschrijven in Handelsregister
Per 1 januari 2010 dient elke vereniging van appartementseigenaars ingeschreven te staan in het handelsregister. Het niet ingeschreven staan heeft consequenties.
Zeker als u zelf bestuurder bent moet dit een punt van zorg zijn.
Er zijn echter ook vele 'slapende' verenigingen, bijvoorbeeld in het geval de vereniging maar uit 2 woningen bestaat en er niets gezamenlijk is geregeld, ook niet de opstalverzekering. Pleeg dan toch overleg met elkaar en schrijf u in.
(7) Tegenstrijdig Belang verder versoepeld
De Hoge Raad heeft bij arrest van 9 oktober 2009 de regeling voor tegenstrijdig belang tussen B.V.'s en hun bestuurders verder versoepeld door deformalisering.
Nadat eerst de gevallen van tegenstrijdigheid althans de schijn daarvan, waren ingeperkt, is nu bepaald dat als door tegenstrijdig belang instemming van bepaalde partijen vereist is, dit uit van alles kan worden afgeleid mits maar schriftelijk vastgelegd.
Er hoeft dus geen sprake te zijn van een formeel en specifiek geformuleerd besluit van het daartoe bevoegde, opgeroepen en in vergadering verzameld orgaan.
De norm is dat men duidelijk het tegenstrijdig belang onderkent en ondubbelzinnig instemt met de gang van zaken.
(8) Toetsing van Schuldbekentenissen
In onderlinge schuldbekentenissen, die vaak zelf zijn opgesteld en dan gebrekkig schriftelijk zijn vastgelegd, is er door rechters uitspraak gedaan dat dit geen dwingend bewijs is doch dat de rechter de ruimte heeft om dit te interpreteren met als maatstaf de verhoudingen die partijen waarschijnlijk hadden willen scheppen.
Voorbeeld: Een persoon leent aan zijn samenwonende partner een bedrag van € 15.000,-- voor de aanschaf van een auto. Dit bedrag wordt bij schuldbekentenis vastgelegd.
De schuldeiser, die zelf geen auto heeft, gebruikt de auto echter ook zeer regelmatig.
Als de partners uit elkaar gaan en de schuldeiser het verstrekte bedrag terugvordert, stelt de rechter het bedrag van de vordering vast rekening houdend met de omstandigheden dat er geen rente was betaald, maar ook dat beiden de auto regelmatig gebruikten, dat de eigenaar van de auto alle vaste kosten van de auto betaalde en ook eigen geld had gestoken in de auto (bij aanschaf en reparatie) en zelfs met de omstandigheid dat de auto inmiddels aanzienlijk in waarde is verminderd.
Ander voorbeeld: Samenwoners gaan hun gezamenlijke woning opknappen. Partner A betaalt alles omdat partner B geen eigen geld heeft; A leent dus aan B diens deel (de helft dus) van de kosten. Er wordt een schuldbekentenis opgemaakt.
A vordert bij scheiding, jaren later, het gehele bedrag van de schuldbekentenis terug, maar B claimt dat er sprake is van een vergissing omdat per abuis het gehele bedrag van de gehele verbouwing is opgenomen in de schuldbekentenis. Nu A de juistheid van de omvang van zijn vordering niet kan aantonen halveert de rechter de vordering tot de helft van het bedrag van de schuldbekentenis mede omdat dit gelet op de omvang van de verbouwing redelijkerwijs mogelijk is.
De boodschap: Bewaar naast de schuldbekentenis ook bescheiden en/of aantekeningen omtrent de bedragen waarop de in de schuldbekentenis vastgelegde lening betrekking heeft.
(9) Wijziging Vennootschapsrecht
De Tweede Kamer heeft op 15 december jl. wetsvoorstellen aangenomen om de B.V. te flexibiliseren en voor de invoering van personenvennootschappen. Er wordt verwacht dat deze wetgeving van kracht wordt per 1 juli 2010.
Het vennootschapsrecht zal hierdoor ingrijpend wijzigen. Het oprichten van een B.V. gaat aanmerkelijk makkelijker en enigszins goedkoper worden.
(10) Toegift over Schenking
In december is er heel veel belangstelling geweest voor schenkingen. Veel mensen hebben in aanloop naar de nieuwe Successiewet hogere schenkingen gedaan dan normaal om nog gebruik te maken van de laagste schijven (5% / 8%) die thans zijn opgegaan in de nieuwe eerste schijf van 10%.
Voorbeeld: Een feitelijke schenking van € 25.000,-- door een ouder aan een kind kostte op 31 december 2009 € 1.022,-- aan schenkingsrecht en een dag later op 1 januari 2010 € 2.000,-- aan schenkbelasting.
Het moment van betalen van de belasting (na aangifte en aanslag) ligt dan wel een vol jaar later. De besparing aan erfbelasting zou op termijn € 5.000,-- kunnen zijn.
Een dergelijke schenking (van hand tot hand) is vormvrij, maar het verdient wel aanbeveling hier bewijs van te bewaren; doe het dus via girale overboeking. Denk ook aan de uitsluitingsclausule voor aangetrouwden, al was het maar via de omschrijving bij de overboeking ("privé-schenking").
Ons bereiken in deze tijd ook vele vragen over schenken op papier.
Hierover bestaan wél formaliteiten. Het is goed om deze formaliteiten correct na te leven. Want kenmerk van schenken op papier is om de geschonken bedragen pas aan de kinderen te doen toekomen bij overlijden van de langstlevende ouder.
Tegelijk met de tweede erfenis dus. Het doel is: besparen van erfbelasting, omdat het geschonkene dan in mindering strekt op die nalatenschap.
Dit noemt men een "schenking terzake des doods" en daaraan zijn bepaalde vereisten verbonden. Ten eerste dient de schenking te zijn vastgelegd bij notariële akte.
Ten tweede dient er door de ouders aan de kinderen jaarlijks een rente te worden betaald van 6%. Als aan één van beide voorwaarden niet is voldaan vindt de gewenste aftrek voor de erfbelasting niet plaats!
Er zijn mensen die schenkingen toch onderhands vastleggen (dus buiten de notaris om) en/of de rente niet voldoen. Dit is toegestaan, maar heeft alleen effect als er tijdens leven van de ouders nog wordt uitbetaald.
Stel je maakt 5 jaar lang zelf een papiertje waarop je elk jaar ieder kind € 4.000,-- schenkt en waarover je nooit rente betaalt, dan is het geen probleem om in dat laatste jaar € 20.000,-- aan ieder kind uit te betalen (bijvoorbeeld omdat je geld hebt vrijgemaakt door de verkoop van je huis). Van belang is dat deze betaling tijdens leven gebeurt. Kom je tussentijds te overlijden dan hebben de schenkingen geen effect; ze strekken niet in mindering op de erfbelasting.
Of er sprake is van een schenking terzake des doods wordt beoordeeld met name aan de hand van de formulering van de tekst, maar hangt ook van andere omstandigheden af.
Het Specialistenteam van de Belastingdienst heeft onlangs verklaard dat men de zelfgemaakte papieren schenkingen alsnog het effect kan geven van volwaardige schenkingen ter zake des doods door ze bij notariële akte te bekrachtigen.
Als dat nog niet gebeurd is dient bovendien alsnog met terugwerkende kracht rente te worden betaald (met rente op rente)!
Daar waar thans 6% de vaste wettelijke norm is mocht in het verleden een lagere rente worden gehanteerd mits deze maar "zakelijk" is te noemen.
Bij schenkingen dient men ook te denken aan de box 3-effecten voor de inkomstenbelasting.
Heeft u nog zelfgemaakte papieren schenkingen? Bekrachtig ze bij notariële akte als de rente tenminste betaald kan worden. Anders moet u zich in elk geval realiseren dat ze niet werken bij overlijden.
Sommige personen hebben hun schenkingen in een zogenaamd 'kasrondje' verpakt.
Ze schenken eerst het bedrag door overboeking. En enige tijd later lenen ze het bedrag van de kinderen terug (ook door overboeking). Afhankelijk van de omstandigheden wordt dit door de Belastingdienst geaccepteerd, maar er dient dan wel een sluitende geldleningsovereenkomst voor te liggen waarbij thans betaling van een rente van 6% een essentieel vereiste is.
Zo, dat was het voor deze keer.
Heeft u er al eens aan gedacht familie, vrienden, relaties of anderen te wijzen op deze kostenloze nieuwsbrief?
Aanmelden kan via dit formulier.
De informatie in deze nieuwsbrief van Notariskantoor Moonen is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. De verstrekte informatie is mede ontleend aan bronnen die betrouwbaar mogen worden geacht. De informatie is algemeen van karakter en niet van toepassing op individuele situaties en personen. De inhoud van de nieuwsbrief mag niet worden beschouwd als een persoonlijk advies; de toepassing hangt af van ieders persoonlijke situatie. Om tot een gedegen afweging van belangen en vaststelling van de juridische consequenties van wensen en afspraken te komen, is telkens opnieuw een persoonlijke gesprek met ons kantoor noodzakelijk. Notariskantoor Moonen wijst aansprakelijkheid voor eventuele onvolkomenheden, onjuistheden en gevolgen af.