Maart 2010
Geachte lezer,
We zijn alweer een maandje verder en dus is het weer tijd voor uw maandelijkse portie informatie.
Wij moeten op deze plaats bekennen dat we een beetje in verlegenheid raken van de cijfers, die onze nieuwsbrief scoort.
We hebben inmiddels veel meer abonnees dan verwacht en ook op onze website lezen veel bezoekers de daar beschikbare nieuwsbrieven.
Dank ook voor de positieve reacties !
Daarnaast bereiken ons ook al enkele verzoekjes om bepaalde onderwerpen in de nieuwsbrief te belichten.
En wij krijgen n.a.v. de nieuwsbrief al een aantal aanvragen voor het geven van lezingen. Het spreekt vanzelf dat wij daarop ingaan.
Zo gaven wij recentelijk al een tweetal lezingen over de gewijzigde successiewet.
Trouwens:
De val van Balkenende IV zal vertraging geven in het wetgevingsproces, terwijl er belangrijke zaken op stapel staan (zoals wij u eerder schetsten). Wij houden u op de hoogte.
Veel leesplezier maar weer.
Notariskantoor Moonen.
Ook klaar met alle olympische plaatjes?
Als het toch naar beneden gaat, dan maar zo ver mogelijk......
Erfrecht
De termijn met betrekking tot het afgeven van legaten:
In veel testamenten worden legaten gemaakt om een bepaald bedrag of goed na te laten aan een bepaalde persoon of goed doel.
Ook een vruchtgebruik of woonrecht kan onderwerp van een legaat zijn.
Een legaat dient door de erfgenamen afgegeven te worden door feitelijke afgifte, uitbetaling of soms via een notariële akte.
Vaak staat er dan in het testament een termijn binnen welke het legaat moet worden afgegeven.
De Hoge Raad heeft zich op 4 september 2009 daarover uitgesproken.
Een dergelijke tijdsbepaling gekoppeld aan een legaat betekent niet dat het legaat vervalt als de termijn verstreken is zonder dat het gelegateerde is afgegeven.
Ook verliest de erfgenaam zijn erfgenaamschap niet als hij nog niet aan deze verplichting heeft voldaan. Juridisch gezegd het is geen vervaltermijn en ook geen last.
De legataris kan wel na het verstrijken van de termijn de erfgenamen in gebreke stellen en aansprakelijk stellen voor de schade (bijvoorbeeld rentederving).
Als de testateur aan het niet-tijdig afgeven van een legaat consequenties wil verbinden dan dient dat uitdrukkelijk in het testament te zijn opgenomen.
Overigens kan een legataris door een verklaring afzien van het legaat (vóór afgifte) of het expliciet aanvaarden, en kan de legataris de erfgenamen al vóór het verstrijken van de termijn oproepen tot afgifte.
Huwelijksvermogensrecht
Hof Den Bosch 14 september 2009 oordeelt: Waardestijging huis deels privé-vermogen.
Bij een echtscheidingszaak komt vast te staan dat een gedeelte van de overwaarde van de te verdelen woning is ontstaan door een schenking van een ouder onder privé-clausule, die letterlijk luidt als volgt:
"... het hiervoor geschonken / kwijtgescholden bedrag en voorts hetgeen voor een en ander in de plaats treedt en de revenuen van een en ander, valt niet in enige gemeenschap van goederen waarin de koper is gehuwd...".
De discussie is nu: Is het nominaal geschonken bedrag privé of is het geschonken deel naar rato privé?
Voorbeeld: Koopprijs € 250.000 waarvan € 50.000 privé geschonken, € 200.000 hypotheek.
Waarde tijdens echtscheiding € 350.000. Is het privé gedeelte nu meegegroeid naar € 70.000 ? (Berekening 50 = 1/5 van 250, 1/5 van 350 = 70).
Het Hof vindt van wel. De verdeling wordt: € 350.000 minus huidige hypotheek € 180.000 = € 170.000. Een echtgenoot heeft recht op 70 + 1/2 van 100 = € 120.000
De ander heeft recht op 1/2 van 100 = € 50.000.
Hiermee interpreteert het Hof het begrip revenu ruim; daar valt dus ook waardestijging door de marktontwikkeling onder.
Tip: Zorg ervoor dat uw privé-clausule goed geformuleerd is dus zowel in testamenten als schenkingen overeenkomt met de feitelijke bedoelingen.
Rechtspraak rekt de maatstaven van redelijkheid en billijkheid steeds verder op.
In steeds meer gevallen maken aanstaande echtelieden huwelijkse voorwaarden.
De doelstelling daarbij is in veel gevallen (ook): bescherming van vermogen tegen elkaars aanspraken, en/of tegen de aanspraken van elkaars privé- of zakelijke schuldeisers. Dit laatste speelt zeker ook in geval van faillissement.
De beoogde bescherming bestaat echter in de praktijk vaak niet, als het gaat om zogenaamde koude uitsluiting (strikte scheiding van vermogen zonder verrekening).
Rechters gaan in specifieke gevallen steeds vaker over tot onderzoek naar de bedoelingen van partijen bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden en naar de handelwijze van echtgenoten tijdens het huwelijk.
Allereerst is van het grootste belang, óf en de wijze waarop er financieel is geadministreerd. Zuiver op naam administreren is niet voldoende, er wordt ook onderzoek gedaan naar de afkomst van tegoeden of goederen en naar de oorzaak / reden van de tenaamstelling, zeker als het gaat om tijdens het huwelijk verworven gelden en/of zaken.
Er moet vervolgens ook worden bewezen dat het geld of goed uit eigen middelen van de tenaamgestelde echtgenoot afkomstig is c.q. is gefinancierd.
Er zijn diverse uitspraken van rechtbanken bekend waarbij onder omstandigheden de huwelijkse voorwaarden worden doorkruist ten gunste van belangen van de schuldeisers. Dit gebeurt op grond van de redelijkheid en billijkheid alsmede de vermoedelijke verhoudingen, die de echtelieden met hun huwelijkse voorwaarden hadden willen scheppen. De rechter komt tot interpretatie als antwoorden en bewijzen van de echtelieden als onvoldoende worden beoordeeld.
Reden voor echtelieden om de voorwaarden nog eens te toetsen, c.q. moderner te laten formuleren, en om uitvoeriger en nauwkeurig te administreren;
maar ook voor schuldeisers om niet te snel op te geven bij niet voor uitwinning vatbaar geacht vermogen.
Toch maar weer de gewijzigde Successiewet
In artikel 19 van die wet is thans voor wat betreft aanverwantschap, partnerschap gelijk gesteld aan huwelijk.
Dit betekent dat wanneer ongehuwde partners met kinderen uit eerdere relaties (dus niet gemeenschappelijk) deze kinderen bijvoorbeeld over en weer tot erfgenamen benoemen, deze fiscaal gelijk worden behandeld als eigen kinderen.
Dus niet alleen in een huwelijk kun je stiefkinderen juridisch en fiscaal gelijk schakelen als waren het eigen kinderen, doch ook in een samenlevingsrelatie.
Men spreekt dan van quasi-stiefkinderen.
Overigens heeft de staatssecretaris zich op een ander punt uitgesproken:
Indien ongehuwde partners elkaar als langstlevende partner erfrechtelijk willen bevoordelen en hun kinderen een niet-opeisbare vordering op die langstlevende ouder krijgen dan hoeven die kinderen de vordering op die ouder niet meer in box 3 voor de inkomstenbelasting op te geven.
Dit gold tot nu toe niet alleen voor kinderen ten opzichte van quasi-stiefouders maar ook ten opzichte van eigen ouders.
Dit verschil tussen ongehuwd en gehuwd wordt hiermee weggenomen en zorgt voor een fiscale verlichting van de positie van kinderen van ongehuwde ouders, of dit nu gemeenschappelijke kinderen waren of niet.
De staatssecretaris heeft daaraan wel de voorwaarde verbonden dat in het testament is gekozen voor een constructie die dicht bij de wettelijke verdeling aansluit.
Zo'n testament heet dan ook een quasi-wettelijke verdeling.
Ongehuwde partners met kinderen moeten daarom nog eens hun testament nazien.
Als er in het testament is gekozen voor een constructie met enig erfgenaamschap voor de langstlevende partner en legaten ten behoeve van de kinderen dan geldt dit gevolg voor de inkomstenbelasting niet.
Het testament blijft weliswaar rechtsgeldig en volledig beschermend voor de partner maar de kinderen moeten de vordering op de langstlevende partner ieder jaar in box 3 opgeven (en de langstlevende kan die vordering aldaar aftrekken). Alleen in geval van een quasi-wettelijke verdeling is die vordering defiscaal (dus onbelast en niet-aftrekbaar).
Ter vermijding van dubbele heffing wordt de verschuldigde erfbelasting krachtens artikel 53 lid 4 Successiewet verminderd tot nihil als de betrokkene zelf binnen dertig dagen na de verkrijging komt te overlijden. In veel testamenten staat echter al een dergelijke clausule waardoor men dan ook geacht wordt geen erfgenaam te zijn geweest. Zo dit niet het geval is wordt in elk geval het fiscaal dubbel-effect weggenomen door gemeld artikellid.
Huis op naam van de kinderen
Wij krijgen veel vragen van mensen die in het verleden de eigendom van hun eigen huis op naam van de kinderen hebben gezet, waarbij ze zichzelf een woonrecht voorbehielden.
Door de intrekking van een oude resolutie uit 1964 in combinatie met ingrijpende wijziging van artikel 10 van de Successiewet, zonder enige vorm van overgangsregeling, voelen deze mensen zich ernstig gedupeerd.
In 2001 (wijziging wet op de inkomstenbelasting) was dit al onaantrekkelijk geworden door de heffing in box 3 voor de inkomstenbelasting.
Ondanks de gedane overdracht wordt thans in veel gevallen het gehele object in de successieheffing betrokken.
Kleine pleister op de wonde is dat gedane opofferingen (zoals gemaakte kosten) met rente in mindering mogen worden gebracht.
Echter doordat de woningen thans ook nog tegen de momenteel vaak hoge WOZ-waarde wordt belast, lijkt ons het volgende plaatje wel toepasselijk.

Er zijn wel enkele tips mogelijk. In elk geval tijd voor overleg en/of actie.
Belastingrecht
Veel aandacht krijgen ook de wijzigingen in de terbeschikkingsregeling:
Deze regeling is sinds 2001 van toepassing als men een pand aan het eigen bedrijf ter beschikking stelt; dit leidt tot heffing van inkomstenbelasting in box 1.
Wat is er nu veranderd?
- Er is allereerst een vrijstelling ingevoerd. Deze bedraagt 12% van het gezamenlijk bedrag (= saldo) van het resultaat uit terbeschikkingswerkzaamheden. Dus nog maar 88% is belast.
- De terbeschikkingsteller krijgt recht op de kostenegalisatiereserve en herinvesteringsreserve.
- De vermogenstoets voor de betalingsregeling vervalt, hetgeen een versoepeling is.
- Men kan helemaal onder de heffing uitkomen door het pand in te brengen in een B.V. zonder heffing van inkomstenbelasting (doorschuiven tegen de boekwaarde) én zonder de heffing van overdrachtsbelasting. Deze fiscaal zeer gunstige inbreng dient wel in 2010 te geschieden.
Enkele verdere wetenswaardigheden over dit laatste:
- de inbreng kan terugwerkende kracht krijgen tot 1 januari 2010.
- de inbreng dient te geschieden inclusief de rechtstreeks met de onroerende zaak samenhangende schulden.
- de inbrenger dient tenminste een 90%-belang in de BV te hebben.
- er hoeft geen sprake te zijn van een materiële onderneming in de BV. Deze kan ook apart hiervoor worden opgericht.
- er is een specifiek verzoek van beide partijen nodig.
- de inbreng geschiedt tegen de uitgifte van aandelen, maar onder omstandigheden kan er ook sprake zijn van een informele kapitaalsstorting.
- de onroerende zaak moet vóór 1 september 2009 zijn verkregen en ter beschikking gesteld.
- de inbrenger dient zijn belang in de BV 3 jaar voort te zetten.
- de onroerende zaak moet 3 jaar eigendom van de BV blijven. Fusie, splitsing of reorganisatie wordt niet gezien als een vervreemding door de BV.
- er zijn situaties denkbaar dat inbreng niet voordelig is, dus eerst goed laten becijferen.
Wij beschikken terzake over uitgebreide documentatie.
Tot de volgende keer.
Notariskantoor Moonen.

De informatie in deze nieuwsbrief van Notariskantoor Moonen is met grote zorgvuldigheid tot stand gekomen. De verstrekte informatie is mede ontleend aan bronnen die betrouwbaar mogen worden geacht. De informatie is algemeen van karakter en niet van toepassing op individuele situaties en personen. De inhoud van de nieuwsbrief mag niet worden beschouwd als een persoonlijk advies; de toepassing hangt af van ieders persoonlijke situatie. Om tot een gedegen afweging van belangen en vaststelling van de juridische consequenties van wensen en afspraken te komen, is telkens opnieuw een persoonlijke gesprek met ons kantoor noodzakelijk. Notariskantoor Moonen wijst aansprakelijkheid voor eventuele onvolkomenheden, onjuistheden en gevolgen af.