Nieuwsbrief April 2010

Geachte lezer,

Afgelopen tijd was er veel aandacht voor erf- en schenkbelasting.
Dit heeft een voorlopig hoogtepunt bereikt door toedoen van een TV-uitzending van RADAR naar aanleiding waarvan wij binnen 48 uur een extra-nieuwsbrief hebben uitgebracht.
Naar aanleiding van een vloedgolf aan telefoontjes hebben wij inmiddels tientallen gesprekken gehad - ook op zaterdagen en 's-avonds - met cliënten, die hun bestaande testamenten wilden laten toetsen en wijzigen. Daarmee kregen we de kans om ook op andere interessante zaken te wijzen dan hetgeen in RADAR aan de orde werd gesteld.

Inmiddels is het 1 april, een dag die veel mensen associëren met hun aangifte inkomstenbelasting over 2009.
Deze maand geven we daarom met name informatie op het gebied van allerlei belastingen (zoals overdrachtsbelasting, btw en inkomstenbelasting), die we onder uw aandacht willen brengen.

Er zitten overigens van onze kant geen 1-april grappen tussen.

Notariskantoor Moonen.

WET- EN REGELGEVING:

  • Sinds 1 januari 2010 geldt in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening een verplichte digitalisering voor alle nieuwe ruimtelijke plannen.
    Er is een ministeriële regeling, die gemeenten, provincies en departementen verplicht te publiceren via internet.
    U kunt via de website van het bevoegd gezag of bij RO-online terecht: http://www.ruimtelijkeplannen.nl is dé vindplaats van alle ruimtelijke plannen in Nederland.
  • Recentelijk is een wetsvoorstel ingediend om gemeenten meer invloed te geven op verenigingen van appartementseigenaren (VVE's).
    Er zijn te veel VVE's die niet of niet goed functioneren. Daardoor verslechtert de staat van de betreffende gebouwen, hetgeen van invloed is op de directe omgeving.
    Het voorstel is de gemeenten de bevoegdheid te geven de rechter te verzoeken tot vervangende toestemming of medewerking als bepaalde leden van de VVE blijven dwars liggen bij besluitvorming ten aanzien van beheer en onderhoud.
    En tevens de bevoegdheid toe te kennen vergaderingen van de VVE uit te schrijven, daarin het woord te voeren en voorstellen te doen omtrent beheer en onderhoud, bijdragen aan het onderhoudsfonds en de samenstelling van het bestuur.
    De gemeenten kunnen tevens VVE's verplichten door een deskundige een onderhoudsplan te laten opstellen en dit elke 5 jaar te laten herzien.
  • Het Wetsvoorstel Kraken en Leegstand ligt momenteel bij de 1e Kamer.
    Het voorziet in een algeheel verbod op kraken.
    Kraken kwalificeert daarin voortaan als een misdrijf met een maximale gevangenisstraf van 1 jaar, en zelfs 2 jaar indien dat met geweld gepaard gaat.
    Er komt voor gebouweigenaren een meldingsplicht voor Leegstand van langer dan 6 maanden op straffe van een boete van maximaal € 7.500.
    De gemeenten krijgen de bevoegdheid bindend een gebruiker of huurder voor te dragen als de gebouweigenaar niet zelf voor tijdelijke invulling zorgt.
  • Het ministerie van VROM beoogt administratieve lastenverlichting als volgt via verschillende wetswijzigingen:
    - Er komt één vergunning voor alle omgevingszaken en één Omgevingsloket Online alwaar middels één standaardformulier de vergunning digitaal kan worden aangevraagd.
    - Het aantal vergunningsvrije bouwwerken wordt uitgebreid.
    - Gemeenten worden verplicht een ontheffing te verlenen aan mensen die van vóór 1 november 2003 hun recreatiewoning onafgebroken, doch onrechtmatig bewonen.
  • Het afgelopen jaar is een besluit gepubliceerd (d.d. 14 juli 2009) met beleid inzake btw-heffing bij levering en verhuur van vastgoed. Daarin worden eerdere besluiten samengevoegd en geactualiseerd en is tevens nieuw beleid geformuleerd.
    Eén van de diverse wijzigingen:
    Bij opteren voor met btw belaste verhuur dient de huurder thans het gehuurde in gebruik te nemen vóór het einde van het boekjaar waarin de (belaste) verhuur ingaat.
    Dit was eerder ruimer.
  • Wijzigingen Wet op de Inkomstenbelasting:
    Wie op 1 januari van enig jaar nog een portie erfbelasting heeft openstaan als te betalen kan dat wel al voor de inkomstenbelasting in mindering brengen voor box 3.
    Vanaf 2010 geldt een vrijstelling in box 3 van € 500 per persoon voor contant geld, tegoed op chipkaarten, cadeaubonnen etc.
    Voor sparen en beleggen geldt vanaf 2010 een gezamenlijke grondslag voor fiscale partners. Men heeft geen keuzemogelijkheden meer.
    Vanaf 1 januari 2011 vindt heffing in box 3 nog slechts plaats op basis van de op 1 januari vastgestelde rendementsgrondslag. Vanaf 2011 wordt er dus geen rekening meer gehouden met waardemutaties van vermogensbestanddelen binnen het jaar van heffing.
  • Men gaat het partnerbegrip voor belastingheffing stroomlijnen met ingang van 1 januari 2011.
    Het basispartnerschap geldt dan alleen voor echtelieden, geregistreerde partners en samenwoners met notarieel samenlevingscontract.
    Dit is vooral van belang voor de inkomstenbelasting. Men kan niet meer kiezen voor fiscaal partnerschap of niet.
    Men is bovendien verplicht fiscaal partner als men samen een kind, huis of pensioenregeling heeft en op hetzelfde adres staat ingeschreven.
    Zij die voorheen voor het fiscaal partnerschap hebben gekozen en nog op hetzelfde adres zijn ingeschreven, zijn bovendien dwingend fiscale partners.
    "Nieuwe" samenwoners zonder notarieel contract, gezamenlijk kind, huis of pensioenregeling kunnen voortaan dus niet meer elkaars fiscaal partner zijn.

RECHTSPRAAK:

Er is in het afgelopen jaar veel recht gesproken in overeenstemming met het onder (5) voormeld btw-besluit over koop en sloop-situaties.
Vaste regel is dat er eerst sprake is van onbebouwde grond (en dus btw-regime) als bebouwing volledig verwijderd is en er sprake is van nasloopse bewerkingen, voorzieningen of een geldige bouwvergunning.
Daarbij dient men de afspraken situationeel heel goed te beoordelen. Wanneer deze afspraken uitgaan boven de gewone bedingen van een koopovereenkomst kan dit worden gezien als een economische eigendomsoverdracht, belast met overdrachtsbelasting, waarna de daadwerkelijke overdracht nog eens is belast met btw.
Hof Arnhem beoordeelde op 21 juli 2009 zo'n situatie als economische overdracht met dubbele belastingheffing tot gevolg (btw plus overdrachtsbelasting).
De Hoge Raad oordeelde anders op 9 oktober 2009 in een geval waar de verkoper de sloop zou verzorgen (dus geen overdrachtsbelasting, maar wel btw).

Na publicatie van gemeld Besluit heeft het Hof van Justitie EG op 19 november 2009 echter arrest gewezen in de Don Bosco-zaak.
Daarbij werd uitgesproken dat er ook al sprake kan zijn van onbebouwde grond, die binnen de omzetbelasting valt (met eventueel vrijstelling overdrachtsbelasting), als de sloop van oude opstallen nog in gang is.
Het Hof ziet koop en sloop als één levering. Men dient volgens het Hof ook levering grond en bouw opstallen als één geheel te zien waardoor grondlevering zonder btw niet meer mogelijk zou kunnen zijn.
Deze uitspraak heeft veel beroering teweeg gebracht.
Op grond van die uitspraak kan echter niet worden terug gekomen op oude of bestaande gevallen.

Ondanks alle pogingen om tot eenduidige regelgeving te komen zijn situaties omtrent sloop, levering en nieuwbouw fiscaal niet altijd even duidelijk vanwege het vaak specifieke karakter van de afspraken waarmee steeds onzekerheid bestaat.
Wisselende inzichten van verschillende rechters dragen niet bij tot zekerheid, reden waarom het zeer is aan te bevelen al voor ondertekening de concrete afspraken aan de Belastingdienst ter toetsing voor te leggen.

De Hoge Raad heeft op 11 december 2009 uitgesproken dat men geen btw-belaste verhuur kan toepassen zonder schriftelijke huurovereenkomst en zonder ingediend optie-verzoek. Ook niet reparabel achteraf.

Het zich voorbehouden door verkoper van stille reserves vermindert niet de maatstaf van heffing voor overdrachtsbelasting. De Hoge Raad bepaalde op 9 oktober 2009 dat ook al ging het om economische eigendom toch de koopprijs of de hogere waarde van het object de maatstaf is voor de heffing van overdrachtsbelasting.

Het Hof Den Haag heeft de zogenaamde integratieheffing beperkt tot een ondernemer die op eigen grond zelf nieuwbouw realiseert.
Wie grond heeft en daarop zelf bouwt dient btw over de grond af te dragen.
In andere situaties dus niet.
De Staatsecretaris is hiertegen in cassatie gegaan.
De integratieheffing was totnogtoe niet van toepassing als het ging om huurwoningen, ziekenhuizen en bejaardentehuizen. De Europese Commissie achtte dit (de zogenaamde BTW-mededeling 26) echter in strijd met haar richtlijnen en dus is de mededeling ingetrokken per 1 januari 2010. Er is een ruime overgangsregeling.

De Hoge Raad besloot op 11 december 2009 dat men geen economische eigendom kan verwerven van een onzelfstandig bestanddeel van een onroerende zaak, bijvoorbeeld een bepaald deel van een grote winkelruimte.
Indien men dit toch afzonderlijk wil overdragen dient men het samenstel van afspraken (rechten en plichten over en weer) juridisch te gieten in de vorm van een opstalrecht of een appartementsrecht.

Op 9 oktober 2009 heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven omtrent werkzaamheden met betrekking tot onroerende zaken die leiden tot heffing van inkomstenbelasting. De vraag is altijd: box 1 of box 3?
Het zogenaamde uitponden van vastgoed is niet zonder meer als arbeidsinkomsten (box 1) belastbaar.
Daar is slechts sprake van indien:

  • de uitponding gepaard gaat met werkzaamheden die naar hun aard en omvang onmiskenbaar zijn gericht op het behalen van redelijkerwijs te verwachten voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer te verwachten rendement te boven gaan;
  • danwel bijzondere kennis er in belangrijke mate toe heeft bijgedragen dat de belastingplichtige met de uitponding voordeel heeft kunnen behalen.

Box 1 is duurder, dus het is zaak om binnen box 3 te blijven.
Van belastbaar in box 1 is sprake als de belastingplichtige in belangrijke mate groot onderhoud of andere aanpassingen aan de onroerende zaak zelf verricht of voorkennis of daarmee vergelijkbare bijzondere vormen van kennis aanwendt.
De wet spreekt ook over "uitponden van onroerende zaken" maar de Hoge Raad heeft nu beslist dat dit slechts als voorbeeld kan worden bestempeld.
Uitponden is dus pas belast in box 1 als het aan bovenstaande criteria voldoet.
Het splitsen en doorverkopen van een complex onroerende zaken alsmede het aankopen van een complex verhuurde onroerende zaken en doorverkopen na beëindiging van de huur is dus niet zonder meer belast in box 1.
Hieromtrent bestond totnogtoe onzekerheid.
Criteria zijn:

  • in het economisch verkeer verrichte arbeid;
  • meer dan voor normaal vermogensbeheer noodzakelijk;
  • met oogmerk op en door deskundigheid en ervaring redelijk te verwachten geldelijk voordeel;
  • buiten verband van bedrijf, beroep of dienstbetrekking.

Er zijn diverse uitspraken van rechters op dit gebied, welke opheldering geven in bepaalde specifieke situaties.
Wij hebben meer documentatie voor de liefhebbers.

Onroerend goed dat als nieuw vervaardigd kan worden beschouwd, is met btw belast en onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 lid 1 sub A van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer.
Wanneer het onroerend goed echter eigendom is van een B.V. en de aandelen in die BV worden overgedragen, dan is de vrijstelling van overdrachtsbelasting niet van toepassing zo besliste de Rechtbank Den Haag op 23 december 2009.
De aandelenoverdracht is dus altijd met 6% belast als het vermogen van die B.V. in overwegende mate uit onroerend goed bestaat ook al is dit nieuw vervaardigd btw-vastgoed.

De Hoge Raad heeft op 14 augustus 2009 beslist dat in geval van een koop-aannemingsovereenkomst de levering van de grond en de bouw van een gebouw als één prestatie kunnen worden gezien, zodat de totale winst daarop pas wordt geacht te zijn genomen bij de oplevering van het gebouw. Daarmee is het niet nodig de winst te splitsen en dus al deels (bij de levering van de grond) te laten belasten.
Daarvoor moet op grond van onverbrekelijke samenhang in economisch opzicht sprake zijn van één werk, hetgeen ook moet blijken uit de bedoelingen van partijen.
Bovendien is beslist dat men niet verplicht is bij bepaalde waarderingsmethoden van de grond aan te sluiten, zodat men grondtermijn en bouwtermijnen enigszins naar eigen inzicht kan bepalen.

Men kan gelden reserveren om herinvesteringen te plegen met betrekking tot bedrijfsvastgoed. Herinvestering dient te geschieden binnen 3 jaar, anders wordt de reserve alsnog belast als winst, tenzij er sprake is van vertraging door bijzondere omstandigheden. Dit kan het gevolg zijn van het niet rond krijgen van de financiering.
Als echter geen concrete plannen voorliggen en al snel duidelijk is dat realisatie van herinvestering niet mogelijk is c.q. niet gaat gebeuren, dan valt de reserve eerder vrij en is er geen sprake van een bijzondere omstandigheid.

De Staatssecretaris van Financiën heeft bij besluit van 10 december 2009 zijn beleid inzake het ambtshalve verminderen of teruggeven van belasting door de inspecteur ex artikel 65 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen aangepast.
Voor aanslagbelastingen geldt een termijn van 7 jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag ziet, voor aangiftebelastingen 5 jaar na het einde van het belastingjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of waarop de teruggaaf betrekking heeft.

Indien men binnen 6 maanden onroerend goed doorlevert, dan is de doorlevering vrijgesteld van overdrachtsbelasting voor zover er op de eerste verkrijging overdrachtsbelasting is verschuldigd. Als de eerste verkrijging vrijgesteld is geweest dan is echter de 2e levering gewoon belast.
Rechtbank Haarlem heeft op 7 juli 2009 echter beslist dat wanneer de vrijstelling op de 1e levering vervalt (en daarover dus alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd blijkt te zijn) dat dan de 2e verkrijger alsnog een beroep op de voorziening kan doen en teruggaaf kan vorderen (van de nu gebleken dubbele belasting).

Hof Amsterdam beoordeelde onlangs het lenen van de eigen B.V. (door de directeur-grootaandeelhouder in privé) tegen een rente van 3,35% als te laag. Dit had tenminste 4,1% moeten zijn (zakelijk / marktconform). Gevolg: Er is sprake van een verkapte winstuitdeling, dus: naheffing dividendbelasting met boete.

Tenslotte Hoge Raad, 23 september 2009, over vaststellingsovereenkomsten.
Wanneer er met de Belastingdienst een overeenkomst is gesloten omtrent de waarde van bepaalde zaken voor de belastingheffing, dan bindt dat de betrokken particuliere personen niet om in het kader van onderlinge afrekening of vaststelling van vorderingen van dezelfde waardes uit te gaan.
Men mag daar dus van afwijken, mits de afwijkende waardes redelijkerwijs kunnen worden onderbouwd.
Andersom kan het realiseren van een hogere prijs dan de aangegeven waarde wel leiden tot afwijking van de aangifte of naheffing.

BERICHTEN VAN HET MINISTERIE VAN FINANCIËN:

  • De Zelfstandige Zonder Personeel (de ZZP-er) dient jaarlijks aan een urencriterium te voldoen. Hij moet minimaal een aantal uren als zodanig actief zijn geweest om voor zelfstandigenaftrek in aanmerking te komen.
    De minister heeft besloten dat uren die worden besteed aan acquisitie, scholing en het bijhouden van administratie daarbij mogen worden meegerekend.
  • De minister heeft besloten dat de directeur-grootaandeelhouder voor een dividenduitkering niet langer een nota aan zichzelf hoeft te sturen.
    Een dergelijke nota hoeft ook niet langer te worden uitgereikt als er sprake is van de deelnemingsvrijstelling of een fiscale eenheid.
    De overige nota's mogen voortaan ook alleen elektronisch. Een papieren versie hoeft dus niet meer.
  • De grens waarboven men belasting dient te betalen wordt voor 2009 eenmalig verhoogd van € 43 naar € 50.
    Onder € 14 vindt geen teruggave plaats.
  • Indien u aangifte voor de inkomstenbelasting heeft gedaan vóór 1 april krijgt u bericht vóór 1 juli.
  • De regeling 'aftrek ziektekosten of andere buitengewone uitgaven' is vervangen door de regeling 'aftrek specifieke zorgkosten'. Goede bestudering verdient aanbeveling indien mogelijk van toepassing.
  • Vanaf 1 januari 2010 is eventuele heffingsrente verschuldigd vanaf het einde van het belastingjaar, dus niet meer vanaf halverwege het jaar.
    Dit betekent dat de Belastingdienst ook zelf pas vanaf 1 januari rente zal vergoeden, hetgeen een tegenvaller is bij degenen die een teruggaaf tegemoet kunnen zien.
  • Voorziet u in het levensonderhoud van een kind jonger dan 30 jaar, dat zelf geen studiefinanciering ontvangt en niet in eigen levensonderhoud kan voorzien, dan komt u in aanmerking voor een aftrek voor de inkomstenbelasting.
    U mag wel geen kinderbijslag voor het kind ontvangen (denk aan scheiding).
    De door u op zich te nemen kosten dienen een bepaald minimumbedrag te overschrijden (vanaf € 408 per kwartaal).
    Al naar gelang de leeftijd van het kind en of het kind in- of uitwonend is, kan deze aftrek per kwartaal worden verkregen (van € 290 tot € 1.050 per kwartaal).
    De Belastingdienst hanteert hiervoor een tabel.
    Reken wel op een vragenbriefje van de fiscus. Bewaar dus zeker de rekeningen en betalingsbewijzen omtrent de betaalde kosten van levensonderhoud (vooral kleding, voeding en huisvesting).


Er moet toch belastinggeld binnen komen, want anders....
zijn zij de kinderen van de rekening!