Nieuwsbrief December 2010
Het is alweer de laatste maand van het jaar.
Dat betekent dat u goed op moet letten of u nog iets moet regelen dit belastingjaar. Misschien nog de jaarlijkse schenking ?
2010 gaat ongetwijfeld de boeken in als het jaar van het testament.
Het aantal gemaakte testamenten steeg met tientallen procenten.
Vaak was het resultaat een zogenaamde tweetrapsmaking om uitstel van erfbelasting te bewerkstelligen gekoppeld aan een kleinkind-legaat om op die wijze erfbelasting te besparen.
Het maken van een goed testament blijft echter maatwerk met inachtneming van alle relevante details.
Ondertussen zijn ook de fiscale cijfers (erf- en schenkbelasting) voor 2011 bekend. Alles is 0,6 % verhoogd.
De scheiding tussen de 2 tariefschijven komt te liggen bij € 118.708 (was € 118.000).
De vrijstellingen worden de volgende:
Erfbelasting:
- Echtgenoten / partners: € 603.600 (was € 600.000).
- Kinderen en kleinkinderen: € 19.114 (was € 19.000).
- Zieke en gehandicapte kinderen: € 57.342 (was € 57.000).
- Ouders: € 45.270 (was € 45.000).
- Overige verkrijgers: € 2.012 (was € 2.000).
Schenkbelasting:
- Kinderen: € 5.030 per kalenderjaar (was € 5.000).
- Kinderen (18 tot 35 jaar): € 24.144 éénmalig (was € 24.000),
- Extra verhoging i.v.m. woning / studie € 26.156 (was € 26.000),
- Maximaal éénmalig: € 50.300 (was € 50.000).
- Overige verkrijgers: € 2.012 (was €2.000).

Verder nieuws:
Overdrachtsbelasting bij doorverkoop
Indien een registergoed binnen 6 maanden wordt doorgeleverd, dat wil zeggen de verkrijger vervreemdt het weer binnen die periode, dan kan de overdrachtsbelasting die op de eerste verkrijging is betaald in mindering worden gebracht op de heffing over de tweede verkrijging.
Voorbeeld: A levert aan B voor € 200.000 > overdrachtsbelasting € 12.000.
B levert binnen 6 maanden aan C voor € 250.000 > overdrachtsbelasting € 3.000.
Omdat C een voordeel heeft doordat B kort daarvoor al eens overdrachtsbelasting betaald heeft, wordt in de koopovereenkomst tussen B en C vaak opgenomen dat C dit voordeel aan B dient te vergoeden. Zo komt de volledige heffing bij de eindverkrijger te liggen. Deze betaalt € 3.000 aan de Belastingdienst en € 12.000 aan B, die daarmee zijn eerdere heffing terug krijgt.
Over deze regeling (artikel 13 Wet Belastingen van Rechtsverkeer) zijn enkele actuele opmerkingen te maken:
- Voor 2011 wordt de termijn van 6 maanden gewijzigd in 1 jaar als het gaat om een woning.
Vanaf 1 juli 2011 wordt over de vergoeding van C aan B overdrachtsbelasting geheven. Dit is het intrekken van een bepaalde tegemoetkomende fiscale resolutie. - Dus in ons voorbeeld:
C is overdrachtsbelasting verschuldigd over (€ 250.000 + € 12.000 - € 200.000) € 62.000 (i.p.v. € 50.000) dus € 3.720 (i.p.v. € 3.000).
U kunt dus net goed de koopprijs op € 262.000 vaststellen en de koper (C) het voordeel gunnen. - Wanneer C de koopprijs niet binnen 6 maanden kan betalen wordt middels een zogenaamde Groninger akte toch aan hem geleverd (onder ontbindende voorwaarde) terwijl op een later tijdstip nog een kwijtingsakte wordt gepasseerd, bij gelegenheid van betaling. Zo wordt gemelde faciliteit van eenmalige heffing bij twee verkrijgingen toch nog gerealiseerd.
Voorbeeld:
A levert aan B voor € 200.000 op 15 maart. B verkoopt het zelfde object op 15 augustus aan C voor dezelfde prijs, doch deze kan niet eerder dan 1 oktober betalen. Bij gewone levering op die datum zou de faciliteit ter voorkoming van dubbele overdrachtsbelasting verloren gaan (nadeel: € 12.000).
Nu levert B aan C echter bij Groninger akte (bijvoorbeeld op 14 september) onder ontbindende voorwaarde dat er niet voor een bepaalde datum (bijvoorbeeld 15 oktober) wordt betaald.
Stel er wordt op 1 oktober betaald omdat dan de hypotheekakte van C wordt getekend dan wordt tegelijk een kwijtingsakte gepasseerd waarbij geconstateerd wordt dat de ontbindende voorwaarde niet meer in vervulling kan gaan en dus de levering onvoorwaardelijk is geworden.
Er was echter discussie of de Groninger akte meteen (dus in het voorbeeld op 14 september) in het kadaster moest worden ingeschreven of dat dit ook later kon, tegelijk met de kwijtingsakte (1 oktober).
De Hoge Raad heeft bij arrest op 29 oktober 2010 beslist op laatstgemelde wijze, dus in het nadeel van de Belastingdienst.
De Groninger akte hoeft dus niet meteen in het kadaster te worden ingeschreven. Dit bespaart eenmaal inschrijfkosten kadaster en bovendien is de onvoltooide transactie nog niet openbaar voordat er feitelijk betaald en geleverd is.
Invoering flexibilisering BV-recht
Het ziet er naar uit dat in 2011 (waarschijnlijk 1 juli) de vereenvoudiging en versoepeling van het recht omtrent besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid (B.V.) van kracht wordt.
Wat gaat er veranderen ?
- De verklaring van geen bezwaar vanwege het Ministerie van Justitie is niet meer nodig. De procedure wordt hierdoor korter en goedkoper.
- Het minimum geplaatst kapitaal voor nieuw op te richten BV´s wordt afgeschaft. Totnogtoe moest er altijd tenminste € 18.000 eigen vermogen zijn. Hieraan werd meestal voldaan middels inbreng in contanten waarvan bleek uit een verklaring van een bank. Inbreng anders dan in contanten (natura) kan ook, maar daar moet dan wel van blijken uit een accountantsverklaring, waarmee de waarde van de inbreng wordt bepaald. Overeengekomen kan worden dat de gehele storting van het nominale bedrag kan worden uitgesteld.
- De verplichting om in de statuten het maatschappelijk kapitaal op te nemen komt te vervallen. Er hoeft geen maximale verhouding meer in acht te worden genomen tussen geplaatst en maatschappelijk kapitaal (dit is nu 1 : 5, reden waarom het maximale maatschappelijk kapitaal nu nog vaak (5 x € 18.000 =) € 90.000 bedraagt). Men kan dus voortaan onbeperkt, zonder statutenwijziging nieuwe aandelen uitgeven.
- Het geplaatst kapitaal vormt niet langer gebonden vermogen. De mogelijkheid tot inkoop van eigen aandelen wordt daarmee aanzienlijk verruimd. De verzetstermijn bij kapitaalvermindering (afstempeling) wordt bovendien afgeschaft, zodat dit meteen na het besluit zonder externe goedkeuring kan worden uitgevoerd. Alle betalingen op aandelen vallen voortaan onder één toetsingscriterium. Indien de vennootschap door inkoop of afstempeling niet langer in staat is aan haar verplichtingen te voldoen kan dit leiden tot aansprakelijkheid van bestuurders en/of betrokken aandeelhouders.
De vrijheid bij het inrichten van de statuten wordt veel groter.
Enkele voorbeelden:
De blokkeringsregeling (eerst aanbieden aan andere aandeelhouders) is niet meer verplicht.
Men kan in de statuten bepalen dat aandelen gedurende een bepaalde periode niet overdraagbaar zijn.
Men kan aandelen uitgeven waaraan geen stem- of winstrecht is verbonden.
Men kan de verplichtingen en aansprakelijkheden van bestuurders uitbreiden.
Men kan aandelen uitgeven waaraan bepaalde benoemingsrechten zijn verbonden.
De voordrachtsregelingen voor bepaalde functionarissen worden versoepeld, maar in geval van commissarissen moet er wel een regeling worden opgenomen voor de situatie van ontstentenis of belet. Men dient bij ontbreken deze regeling binnen 5 jaar na het van kracht worden van de wetswijziging op te nemen in de statuten.
De mogelijkheden om buiten de Algemene Vergadering van Aandeelhouders te besluiten worden verruimd en men kan statutair bepalen dat de AVA buiten Nederland kan worden gehouden. De minimale oproepingstermijn wordt verkort naar 8 dagen.
De wettelijke toetsingsregelingen op situaties met mogelijk misbruik (zogenaamde Nachgründung) komen te vervallen.
Diverse technische aanpassingen van statuten zijn toegestaan, die besturen van en de feitelijke gang van zaken rondom een BV vergemakkelijken.
Uitgangspunt bij inwerkingtreding van de wetswijziging is directe werking.
De statuten van de bestaande BV´s blijven echter bindend in ongewijzigde vorm.
De wetswijziging opent dus weliswaar de mogelijkheid om de statuten op veel punten aan te passen, zeg maar anders vorm te geven, doch dit werkt pas als de statuten daadwerkelijk gewijzigd zijn.
Met name in werkmaatschappijen waar door meerdere belanghebbenden (bestuurders / aandeelhouders) wordt samengewerkt, kan het aan te bevelen zijn om de statuten te laten screenen. Bepaalde specifieke wensen op het gebied van rechten, plichten, bevoegdheden zijn veel eenvoudiger vorm te geven.
Er zijn wel overgangsbepalingen wanneer het gaat om bescherming van bepaalde reeds bestaande winst-, stem- en/of vergaderrechten.
Bij het oprichten van nieuwe B.V.´s kan bij het opstellen van de statuten natuurlijk meteen naar de nieuwe wet gehandeld worden.
Dit betekent ook dat men zich voor meer vragen en keuzes als vroeger geplaatst ziet.
Ook statuten van B.V.´s worden steeds meer maatwerk.
Een en ander leidt nauwelijks tot wijziging van fiscale wetgeving. Voor de fiscale eenheid (bijvoorbeeld tussen 2 B.V.´s) is straks wel tenminste 95% gerechtigdheid op het gebied van winst- én van stemrechten verplicht.
Winst- en/of stemrechtloze aandelen tellen wel gewoon mee bij de bepaling van het criterium voor de deelnemingsvrijstelling.
Natuurlijk zijn er personen, die bevrezen dat het allemaal wel heel erg soepel wordt, met alle risico´s vandien. Het toezicht is echter niet weg, maar wordt anders (risico-gerelateerd) georganiseerd. Ook de functie van de notaris in deze, als poortwachter, wordt zwaarder.
De praktijk zal leren of de Nederlandse B.V. nu (nog) aantrekkelijker en gemakkelijker wordt voor ondernemingsactiviteiten, ook internationaal, en welke prijs daarvoor wordt betaald.
In elk geval tijd om de statuten alvast eens uit de kast te halen.
Dat was het weer voor deze keer. Fijne feestmaand (wat u ook viert) en tot in het nieuwe jaar.
Notariskantoor Moonen.
