Nieuwsbrief December 2011
Geachte lezers,
Zeker ook in deze feestmaand een nieuwsbrief. Al enige tijd geleden werd een wetsvoorstel aangekondigd onder de naam Geef-wet, en deze krijgt nu concrete vormen. Waarschijnlijk wordt deze wet pas in 2012 van kracht en geen misverstand: het gaat er in die wet niet om dat er iets aan u geschonken wordt, maar welke fiscale voordelen u zelf kunt genieten wanneer u voor Sinterklaas of Kerstman speelt.
Wij hadden onlangs hoogstpersoonlijk het genoegen om staatssecretaris Weekers in Museum Van Bommel Van Dam te Venlo enige toelichting op die wet te horen geven.
Zodra er concreet uitzicht is op invoering van deze wet, zullen wij u nader informeren.
Verder hadden wij goed nieuws als kantoor. De wettelijk verplichte kwaliteitsaudit is met succes doorstaan. Van het inmiddels aan ons verstrekte rapport kregen we allemaal rode wangen en oren.
Alleen de opmerking “de notaris staat bol van servicegerichtheid” was minder gelukkig, maar in feite wel waar.
25 november jl. was het kantoor dicht in verband met een kantoordag bij ‘the Scelta Institute’. Naast voor het personeel zeer informatieve spreekbeurten van Joris Geurts, een fiscaal specialist van Contour, en Henk Bukkems, een professioneel behandelaar van nalatenschappen, waren er ook amusante onderdelen zoals de zelf ontworpen Venlo Kennis-Quiz en een kookworkshop.
Er werd uiteraard bij Scelta ook geluncht en gedineerd.
In deze nieuwsbrief ditmaal weer een algemene mix van wetenswaardigheden, met de van mij bekende knipoog.
Wij wensen u informatief leesplezier en natuurlijk fijne feestdagen plus "unne goeie roetsj" in het Floriadejaar, ook namens medewerkers en familie.
mr. AGM Moonen.


Schenk- en erfbelasting 2012
Voor deze belastingen blijven de vrijstellingen, die normaal toch geïndexeerd werden, in 2012 hetzelfde als nu. Ook de tarieven en tariefschijven blijven hetzelfde zij het dat de eerste tariefschijf van € 118.708 wordt verlaagd naar € 115.708.
Dit betekent dus belastingverhoging.
Er komt verder een tegemoetkoming betreffende eigen woningen, die in een nalatenschap vallen.
Sinds 1 januari 2010 was de waarde daarvan voor de erfbelasting gekoppeld aan de WOZ-waarde. Dit betekent dat als iemand in december 2011 overlijdt, men (in de desbetreffende aangifte in het 3e kwartaal van 2012) de waarde van die woning per 1 januari 2010 moet aangeven en (na de opgelegde aanslag) daarover belasting zal betalen rond het begin van 2013. Gelet op de ontwikkelingen op de woningmarkt leidt dit tot een heffing over een waarde van ongeveer 3 jaar vóór het moment van belastingbetaling.
Men kan met recht stellen dat men in de huidige omstandigheden dus betaalt over een deel van de waarde dat inmiddels is verdampt.
Daarom zal het in ons voorbeeld voortaan toegestaan zijn ook de waarde per 1 januari 2011 te hanteren (die in het 1e kwartaal van 2012 bekend wordt). In de aangifte kan dus voortaan worden gekozen voor de WOZ-waarde per 1 januari van het kalenderjaar waarin het overlijden heeft plaatsgevonden. Er is dus terzake een overlijden op of na 1 januari 2012 een keuze uit 2 mogelijkheden (WOZ 2011 of WOZ 2012) om marktontwikkelingen beter te kunnen opvangen.
Men kiest dan natuurlijk wel voor het laagste van beide !
Het is nog niet bekend of men in zo´n geval ook uitstel van aangifte mag vragen als de hoogte van die 2e keuze-waarde nog niet bekend is.
Erfgenamen kunnen hoedanook indien zij van mening zijn dat de WOZ-waarde te hoog is, om een nieuwe WOZ-beschikking voor een vererfde woning vragen. Dit is niet aan een termijn gebonden. Tegen die nieuwe beschikking is bezwaar en beroep mogelijk (binnen 6 weken).


Het legateren van aandelen
Het is heersende leer dat men aandelen in een werkmaatschappij kan legateren in zijn testament ook al is men geen aandeelhouder in die (dochter-)B.V. maar bijvoorbeeld enig aandeelhouder in de holding (de moeder-B.V.).
Echter maken deze aandelen geen deel uit van de nalatenschap van de testateur.
Het hangt af van de welwillendheid van de erfgenamen of de executeur of het tot levering van de aandelen komt.
Het verdient daarom aanbeveling als testateur de gezamenlijke erfgenamen de last op te leggen om het legaat uit te voeren.
Daarnaast bestaat er de mogelijkheid dat de bestuurder van de dochter-B.V. (de moeder dus) al bij leven van de testateur het besluit neemt tot levering van de aandelen aan de beoogde legataris, onder opschortende voorwaarde van overlijden van de testateur en overleving van de legataris.
Gemeld besluit tot levering is overigens altijd nodig, ook na het overlijden, om geldig te kunnen leveren.
Bij onderlinge problemen vlak na het overlijden of zelfs enige tijd later kan het leiden tot niet uitvoeren van het legaat of het vernietigen van de levering van aandelen.
In de doctrine is men thans algemeen van mening dat er geen afdwingbaar recht op levering ontstaat bij een dergelijk middellijk legaat zonder besluit.
Eventueel het testament nog eens laten toetsen als u er een aandelenlegaat in heeft staan.


Reprise nieuw huwelijksvermogensrecht
Vorige keer hebben we u uitvoerig bericht over de aanstaande wetswijziging.
Nu enkele praktische aanwijzingen.
Situatie 1:
Een gehuwde man is eigenaar van een onroerende zaak, meestal een woning. Hij is zelfstandig bevoegd deze woning te verkopen en over te dragen (dit noemt men bestuursbevoegdheid). Indien het de echtelijke woning betreft heeft hij toestemming van zijn echtgenote nodig, ongeacht of zij met elkaar gehuwd zijn in wettelijke gemeenschap van goederen of op huwelijksvoorwaarden.
Zodra de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand was ingeschreven, verandert dit. In geval van wettelijke gemeenschap van goederen wordt de vrouw mede-bestuursbevoegd als mede-eigenaar door de ontbinding van de gemeenschap. Man en vrouw moeten in geval van verkoop samen overdragen.
Door de wetswijziging wordt dit anders.
De gemeenschap van goederen wordt voortaan ontbonden door het indienen van het verzoek tot echtscheiding en inschrijving daarvan in het huwelijksgoederenregister bij de Rechtbank.
De notaris dient dit dus te (gaan) onderzoeken in iedere transactie waar het een in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde verkoper betreft.
Dit betekent dat ook bij verkoop een dergelijk onderzoek eigenlijk dient te gebeuren.
Het verdient aanbeveling het verzoek tot echtscheiding meteen in te schrijven.
Het bovenstaande geldt en gold voor alle registergoederen, dus ook voor alle onroerende zaken, die in de wettelijke gemeenschap van goederen vallen. Dus niet als men het desbetreffende object middels schenking of erfenis met uitsluitingsclausule (dus buiten de gemeenschap) heeft verkregen, of als men is gehuwd op huwelijkse voorwaarden.
Andersom:
Situatie 2:
Een in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde man koopt een woning.
Het verzoek tot echtscheiding is al ingediend en ingeschreven als vermeld.
Zijn bijna ex-echtgenote hoeft nergens aan mee te werken. Hij kan de eigendom zelfstandig verwerven en met hypotheek belasten.
Dit hoeft ook in de verdeling niet meer aan de orde te komen.
Conclusie is dat er gedegen onderzoek moet plaatsvinden bij koop en levering, niet alleen naar de huwelijkse staat maar ook naar de huwelijksvermogensrechtelijke situatie op het moment van verwerving dan wel vervreemding.
De hele huwelijkse en huwelijksvermogensrechtelijke geschiedenis van de betrokkenen, doch ook de wijze en omstandigheden van de eigendomsverkrijging moet worden nagetrokken.
Situatie 3:
Een op huwelijkse voorwaarden gehuwde vrouw heeft een onroerende zaak op haar naam staan. Uit het privé-vermogen van haar man zijn echter altijd alle kosten, rentes en aflossingen betaald. De vrouw verkoopt het object, omdat zij bestuursbevoegd eigenaar is.
Tenzij het de echtelijke woning betreft (toestemmingsvereiste) hoeft de man dus niet mee te werken aan de overdracht.
Na de wetswijziging is de man, nu hij met eigen middelen meer dan de helft van de overwaarde heeft gecreëerd, bestuursbevoegd eigenaar van het object geworden.
Conclusie is dat er onderzoek dient te worden gedaan naar hoe de overwaarde van het object is ontstaan om te kunnen vaststellen wie er bestuursbevoegd / eigenaar van het object is.
Dit kan natuurlijk ook mogelijkheden openen (c.q. gevaar betekenen) in geval van faillissement of beslag. De rechtspraak zat overigens in dit soort gevallen al op dit spoor.
Wij raden cliënten aan:
Leg een goed dossier aan van al uw huwelijkse en huwelijksvermogensrechtelijke bescheiden en neem daarin ook stukken op, waarmee kan worden aangetoond wie wanneer met welk geld vermogen in onroerende zaken heeft geïnvesteerd.
Overigens: Wanneer het verzoek tot echtscheiding niet effectief tot echtscheiding leidt is de situatie van het moment van handeling (verkoop / levering) beslissend.
Het herstel van de oude toestand door verloop van de echtscheidingsaanvraag heeft dus geen invloed (achteraf) op de rechtsgeldigheid van de verkoop of de levering.


Wetgeving voor woningcorporaties per 1 november 2011 gewijzigd
Op grond van het ´Besluit beheer sociale huursector´ is het aan een woningcorporatie in beginsel niet toegestaan een woning te vervreemden zonder toestemming van de minister van Binnenlandse Zaken. Een overdracht zonder deze toestemming is nietig. Voornaamste uitzondering is de overdracht aan een natuurlijke persoon voor eigen bewoning.
Sinds gemelde datum geldt een nieuwe versie van de ´Regeling vervreemding woongelegenheden´ en de bijbehorende nieuwe ´Circulaire Verkoop corporatiewoningen´.
Het wordt nu voor woningcorporaties eenvoudiger om, zonder ministeriële toestemming vooraf, een woning te verkopen aan een bewoner, met een korting van méér dan 10% (dus voor minder dan 90% van de onderhandse verkoopwaarde).
Belangrijkste voorwaarden: Als de woning wordt doorverkocht moet de verleende korting alsnog worden betaald en de waardeontwikkeling sinds de overdracht gedeeld.
Het wordt nu ook eenvoudiger voor woningcorporaties om complexgewijs woningen te verkopen aan derden, met name waar het gaat om woningen met huren die boven de huurtoeslaggrens liggen.


Toestemmingsperikelen
Artikel 88 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek regelt de toestemming tussen echtgenoten voor bepaalde handelingen. Lid 1 letter c en lid 5 zien op het aangaan van overeenkomsten die strekken tot het geven van zekerheid voor een schuld van een derde. Daarbij moet gedacht worden aan garantieovereenkomsten, pand- en hypotheekovereenkomsten en het zich verbinden als borg of hoofdelijk mede-schuldenaarschap.
Hierover is veel jurisprudentie hetgeen geleid heeft tot een fijnmazig geheel van normen.
In de wet is in lid 5 een uitzondering op de toestemmingsverplichting opgenomen indien het betreft ´ten behoeve van de gewone gang van zaken binnen het bedrijf´.
De Hoge Raad heeft op 20 januari 2006 als hoofdregel besloten dat die uitzonderingsregeling beperkt moet worden uitgelegd.
Slechts uitzonderlijk is om die reden geen toestemming nodig.
Op 11 juli 2003 besloot de Hoge Raad dat in geval van middellijk (indirect) aandeelhoudersschap of bestuurderschap de uitzondering wél van toepassing is.
Op 8 oktober 2010 besliste de Hoge Raad dat certificering van aandelen daar geen invloed op heeft. Dus ook al zijn de aandelen formeel in handen van een stichting, is er toch geen toestemming van de echtgenote nodig bij borgstelling voor de desbetreffende B.V.
Het Hof Amsterdam besliste vervolgens op 7 juni 2011:
Wanneer er eerder voor een borgstelling voor bepaalde financieringshandelingen toestemming is gegeven door de echtgenote, maar er nu een algehele herfinanciering (met borgstelling) plaatsvindt, dan is opnieuw toestemming nodig.
Dit valt dus weer niet onder de uitzondering.
Gelet op de omvang van de gevolgen is het aan te bevelen geen risico te lopen dan wel de handeling goed te toetsen aan jurisprudentie.
Kort nieuws
Hof Amsterdam 7 juni 2011:
Notaris mag niet zonder toestemming van andere erfgenamen uit de nalatenschap een voorschot uitkeren aan één van de erfgenamen.
Rechtbank Roermond 6 juli 2011:
In statuten van een B.V. opgenomen voorschriften betreffende waardering van aandelen moeten leiden tot een redelijke prijs, tenzij nadrukkelijk anders is vastgelegd.
Hof Amsterdam 18 oktober 2011:
Eerder gemaakt testament vervalt op het moment dat testateur opnieuw in het huwelijk treedt, nu niet duidelijk blijkt dat het de bedoeling was dat dit intact moest blijven.
Hof Leeuwarden 31 mei 2011:
2 personen sluiten notariële (geregistreerde) partnerschapsvoorwaarden af. 6 maanden later gaan ze geen geregistreerd partnerschap maar een huwelijk aan.
Bij de scheiding is in het geding of ze nu in wettelijke gemeenschap zijn gehuwd (geweest) of dat de partnerschapsvoorwaarden gelden als huwelijkse voorwaarden.
Het Hof beslist dat het laatste het geval is.
Hof Leeuwarden 28 juni 2011:
Indien door of voor rekening van verkoper in strijd met de voorschriften van het Bouwbesluit is gebouwd, is er in alle gevallen sprake van non-conformiteit. De koper kan de koop en levering ongedaan maken en schadevergoeding eisen.
Dit is ook het geval indien er geen bewust handelen van de verkoper aantoonbaar is.
De feitelijkheid is voldoende.
Hoge Raad 23 september 2011:
Eigenaar van een beleggingspand mag ook BTW (voor)aftrekken wanneer een pand nog leeg staat doch de desbetreffende verbeterings- en onderhoudswerkzaamheden aantoonbaar zijn gericht op het verhuurbaar maken en het concreet verhuren van het object en de intentie tot belaste verhuur met objectieve gegevens kan worden gesteund.
Bij eerste gebruik wordt dan ingebruikname verondersteld ook al heeft dit nog niet tot feitelijk gebruik geleid.
Aantoonbare feiten en omstandigheden zijn van groot belang.
Hof Den Bosch 5 oktober 2010:
Nu tijdens echtscheiding ter zake de onderlinge afrekening de vrouw geen informatie verstrekt over haar eigen inkomsten, verliest ze haar aanspraak op verrekening van de overgespaarde inkomsten van de man volledig.
Rechtbank Den Bosch 18 mei 2011:
Ouders verbinden aan een lening aan hun kind de voorwaarde dat er meteen moet worden terug betaald als het kind een affectieve relatie zou aangaan met een bepaalde persoon. De Rechtbank acht dit niet geoorloofd. De clausule is nietig.
Hof Amsterdam 28 juli 2011:
Een in de vennootschapsovereenkomst opgenomen verblijvens- of overnemingsbeding beïnvloedt de waarde van het vennootschapsaandeel van de overledene en daarmee zijn huwelijksgemeenschap. Ook voor de erfbelasting moet deze omstandigheid worden meegenomen in de waardebepaling.
Heffings- en invorderingsrente 4e kwartaal 2011 bedraagt 3,00 %.
In het Belastingplan 2012 is voor 2013 een nieuwe regeling voor het heffen en vergoeden van rente door de Belastingdienst aangekondigd. Zij worden gekoppeld aan de rente die geldt voor niet-handelstransacties (thans 4,00 %).
Dat was het weer voor deze keer.
Bedankt voor uw aandacht.
Notariskantoor Moonen.

Nu ook in Griekenland ?