Nieuwsbrief Maart 2011
Geachte lezers,
Zoals u gewend bent van ons een bloemlezing uit wat wetenswaardig wordt geacht.
Dit keer weer eens MET plaatjes.
Notariskantoor Moonen.

(NOG) NIET BETAALDE ERFBELASTING AFTREKBAAR IN BOX 3 IB
Heeft u geërfd maar de erfbelasting nog niet betaald c.q. is de aanslag nog niet opgelegd?
U kunt tegenwoordig het (vermoedelijk) verschuldigde bedrag aan erfbelasting voor de inkomstenbelasting in box 3 al in mindering brengen als verplichting.
ONDERTEKENING AANGIFTE ERFBELASTING
Door een amendement van de 2e Kamer zou per 1 januari 2012 de aangifte erfbelasting ook al is de executeur daartoe bevoegd, ook nog getekend dienen te worden door alle erfgenamen.
Dit om zodoende te voorkomen dat er onvolledigheden en onjuistheden in de aangifte komen te staan waar zowel de executeur als de erfgenamen niet verantwoordelijk voor zijn. De executeur hoeft immers niet op de hoogte te zijn van bepaalde zaken waar de erfgenamen wel van op de hoogte zijn.
Door de erfgenamen verplicht mee te laten tekenen worden zij aldus aansprakelijk voor het weglaten van bepaalde informatie door een onwetende executeur.
Er wordt thans nog bekeken of dit probleem niet anders kan worden opgelost, aangezien ondertekening bijv. door vele erfgenamen of in verschillende werelddelen op praktische problemen kan stuiten.
NOG GEEN UITSLUITSEL OVER UITBETALING DERDENGELDEN
De notaris mag slechts in beperkte gevallen geld van cliënten aan derden uitbetalen.
Sedert 2008 bestaat daaromtrent een afzonderlijke beroepsregel. In 2010 werd zelfs voorgesteld deze regel verder aan te scherpen waardoor onder meer makelaarscourtages, taxateurkosten en facturen van hypotheekbemiddelaars in zijn geheel niet meer via de afrekening van de notaris kunnen worden geïncasseerd.
Hiertegen was veel oppositie. De Ledenraad van de Notariële Beroepsorganisatie heeft onlangs besloten tot uitstel van deze beslissing en tot nader overleg en studie. Wordt vervolgd.

PAS OP MET TE VEEL FLEXIBILITEIT IN EEN TESTAMENT
Reeds vele jaren wordt er geprobeerd in de formulering van testamenten zodanige flexibiliteit in te bouwen dat er ook na het overlijden van de betrokkene diverse opties open staan voor de nabestaanden. Hierdoor kan men daarbij handelen naar de fiscale stand van zaken en alle andere relevante omstandigheden van dat moment.
Ook allerlei adviseurs zijn daar druk mee.
Nu bevat het wettelijk erfrecht sinds de vernieuwing per 1 januari 2003 al meer opties dan voorheen, zij het gebonden aan bepaalde termijnen.
Het is testamentair mogelijk deze termijnen op te rekken.
Echter is in de praktijk nog veel het flex-testament met de nodige opties in zwang.
De Belastingdienst heeft echter al enige malen in bepaalde voorbeeldsituaties het signaal afgegeven dat indien keuzes te zeer stoelen op rechtshandelingen na overlijden (die weliswaar door het testament zijn toegestaan of mogelijk gemaakt) er toch een andere (voor betrokkenen negatieve) fiscale benadering zal plaatsvinden.
Het verdient daarom aanbeveling keuze-testamenten kritisch te beoordelen. Opties die niet waarschijnlijk zijn, kan men beter weglaten. Testamenten moeten ook keuzes van de erflater zelf bevatten en niet alleen maar de erflater aan zijn nabestaanden de gelegenheid laten bieden om naar eigen inzicht uit een aantal opties te kunnen kiezen. Misschien dat een aantal jaren na het opmaken van een keuze-testament de erflater al veel meer voor ogen heeft wat hij wel en wat hij niet mogelijk wil maken.
In het erfrecht wordt het bovenstaande wel eens in verband gebracht met het zogenaamde delegatieverbod.
Bepaalde keuzes mag je immers niet delegeren aan de nabestaanden. Je kunt bijvoorbeeld niet aan de executeur of de langstlevende echtgenoot overlaten wie de erfgenamen of legatarissen zullen zijn.
De sterke indruk bestaat dat de Belastingdienst overweegt op te treden als men uit teveel testamentaire opties de fiscaal vriendelijkste situatie creëert.
Te denken valt bijvoorbeeld dat een erfgenaam mag bepalen hoe groot precies zijn erfdeel is of welk bedrag precies uit de nalatenschap wordt verkregen.
Relevante regelgeving ter zake zou in voorbereiding zijn.
Zelfs de nietigheid van het testament kan dan ter sprake komen.
Verwacht wordt dat de Belastingdienst in bepaalde gevallen vooruitlopend op een of ander in bepaalde zaken procedures zal entameren door een voor de belastingplichtigen ongunstig standpunt in te nemen.

BOEK 10 BURGERLIJK WETBOEK KOMT ERAAN
Op 28 september 2010 is door de 2e Kamer met algemene stemmen het wetsvoorstel betreffende boek 10 van het Burgerlijk Wetboek aangenomen. Het wordt momenteel behandeld door de 1e Kamer. Met de invoering van deze regeling wordt het gehele Internationale Privaatrecht (dat steeds belangrijker wordt) in één regeling opgenomen. Meer dan 10 losse, thans bestaand wettelijke regelingen en verdragen komen daarmee dan te vervallen. Er wordt verwacht dat de Europese Erfrechtsverordening tegelijkertijd voor Nederland van kracht wordt.
Naast ordening en vastlegging in één regeling brengt de wet ook een aantal belangrijke wijzigingen. Algemeen wordt geadviseerd bij het maken van testamenten in internationale situaties te anticiperen op de nieuwe wet.
VERANTWOORDELIJKHEID MAKELAAR VOOR VERKEERDE INFORMATIE
De Rechtbank Arnhem heeft in een uitspraak van 14 juli 2010 een makelaar, die bij een verkoop verkeerde informatie in zijn brochure had verschaft en bepaalde relevante informatie had achter gehouden, aansprakelijk voor de schade jegens koper verklaard temeer deze, toen bleek dat koper uitging van die verkeerde informatie, dit niet corrigeerde.
Daarbij is gebleken dat goede schriftelijke vastlegging van verstrekte informatie van eminent belang is. De rechter hechtte er nogal waarde aan dat de makelaar niet kon aantonen welke informatie hij aanvullend op of in afwijking van de brochure naderhand nog aan de koper had verstrekt, en ook niet wanneer dat was gebeurd.
UITSPRAKEN INZAKE PRIJSBEPALING ONROEREND GOED
Een directeur-grootaandeelhouder, die een perceel voor een te hoge waarde verkocht aan zijn B.V., kreeg naast een naheffing een fiscale boete opgelegd (Rechtbank Den Haag 10 november 2010).
In een tweetal recente uitspraken van de Hoge Raad is bepaald dat bij de overdracht door verkoop en/of schenking van ouders aan kinderen zeer nadrukkelijk moet worden rekening gehouden met toekomstige waardeverhogende omstandigheden.
Daarbij is bepaald dat alleen al het feitelijke toekomstige gebruik door de kinderen (bijvoorbeeld het bouwen van een huis voor eigen gebruik of een voor verhuur bestemde loods) een hogere waardering rechtvaardigen dan op dat moment op grond van het bestemmingsplan zou kunnen.
Ook kleine concrete omstandigheden (zoals het zich bij de gemeente oriënteren over de regels omtrent mogelijke bebouwing) spelen een rol bij die beoordeling.
Het verdient dus aanbeveling in een zo vroeg mogelijk stadium over te dragen en pas na enige tijd naar buiten te treden met de mogelijke plannen.
Anders dreigt naheffing van overdrachtsbelasting en/of schenkbelasting.

AFSPRAKEN IN SAMENLEVINGSOVEREENKOMST FISCAAL VEILIG
Het komt nogal eens voor dat partners in een samenlevingsovereenkomst afspraken vastleggen omtrent de economische gerechtigdheid in een onroerende zaak. Dit vloeit nogal eens voort uit het feit dat een van beiden eigenaar is en de ander gelijkelijk meebetaalt aan de lasten en kosten. Deze regeling heet de meerwaarde- of meegroei-clausule. Daarin ontstaat zelfs in bepaalde gevallen voor de niet-eigenaar een recht op levering jegens de andere partner.
Ook zijn er regelingen waarbij er een vordering van de ene partner op de andere ontstaat en mettertijd groeit.
De Belastingdienst heeft in verschillende regio´s bij brief schriftelijk kenbaar gemaakt dat dergelijke contractuele regelingen niet leiden tot heffing van schenk- of overdrachtsbelasting.
Er worden duidelijke parallellen getrokken met vergelijkbare situaties van gehuwden (verrekenbedingen in huwelijkse voorwaarden, boedelmenging).
FISCALE REGELS 2011
Er zijn vele wijzigingen voornamelijk van bedragen. Enkele die we nog niet eerder vermeldden:
Eigenwoningforfait 2011:
- tot € 12.500: nihil;
- tot € 25.000: 0,20 % van de WOZ-waarde;
- tot € 50.000: 0,30 % van de WOZ-waarde;
- tot € 75.000: 0,40 % van de WOZ-waarde;
- tot € 1.020.000: 0,55% van de WOZ-waarde;
- daarboven €5.610 plus 1,05 % boven het meerdere.
De aanslaggrens voor inkomstenbelasting is in 2011 € 45. Daaronder wordt niet aangeslagen. De teruggavegrens is € 15. Daaronder volgt geen teruggave.
De grens tussen de 2 belaste schijven van de Successiewet ligt thans bij € 118.708.
Vrijstellingen erfbelasting 2011:
- partners: € 603.600;
- kinderen en kleinkinderen € 19.114;
- ouders € 45.270;
- overigen: € 2.012.
WIJZIGING PARTNERREGELING
Met ingang van 2011 is in artikel 5a AWR een partnerbegrip opgenomen dat geldt voor alle fiscale wetten. Tot dat begrip behoren gehuwden, geregistreerd partners en samenwoners met een notarieel samenlevingscontract die op hetzelfde adres zijn ingeschreven. In artikel 1.2. Wet IB 2001 is een aanvulling op het basispartnerbegrip opgenomen waardoor ongehuwde samenwoners zonder notarieel samenlevingscontract verplicht kwalificeren als partner indien:
- zij samen een eigen kind hebben (quasi-stiefkinderen tellen derhalve niet mee);
- zij als partner zijn aangemeld voor een pensioenregeling; en/of
- zij samen een eigen woning hebben.
De keuzeregeling voor ongehuwde samenwoners is op 1 januari 2011 vervallen.
Het fiscaal partnerschap begint op het moment dat de partners allebei op hetzelfde woonadres staan ingeschreven bij de gemeente en zij bovendien aan een of meer van de hiervoor genoemde voorwaarden voldoen. Zodra twee mensen op enig moment in een kalenderjaar als partner van elkaar worden aangemerkt, geldt het partnerschap tevens voor andere perioden in het kalenderjaar waarin zij wel op hetzelfde woonadres in de GBA staan ingeschreven, maar waarin zij nog niet of niet meer voldoen aan een of meer van de hiervoor genoemde voorwaarden. Als zij eind 2011 aan een van de voorwaarden voldoen en al het hele jaar op hetzelfde woonadres stonden ingeschreven, dan zijn zij dus heel 2011 fiscaal partner.
Partnerschap op grond van het partnerbegrip van vóór 1 januari 2011 werkt niet door.
Bij gehuwden en geregistreerd partners is de belangrijkste verandering dat het partnerschap bij gehuwden niet langer eindigt bij "duurzaam gescheiden leven", maar het fiscaal partnerschap eindigt als de twee personen niet meer op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en zij bovendien een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed hebben ingediend.

Dat was het weer voor deze keer.
Bedankt voor uw aandacht.
Notariskantoor Moonen.