Nieuwsbrief November 2009

Geachte abonnees,

Bij deze onze maandelijkse nieuwsbrief. Hopelijk vind u het weer interessant.
Volgende keer -in 'de feestmaand'- zullen wij u bijpraten over de (thans nog enigszins ongewisse) stand van zaken betreffende de wijziging van de Successiewet.
Het wetgevingsproces is nog in volle gang. Er zijn nog diverse moties en amendementen. De behandeling in de 2e kamer wordt na de herfstvakantie hervat. Er is ook nog buiten het parlement overleg tussen betrokkenen.

Let ook even op ons verzoek aan het einde.  
Notariskantoor Moonen.

Uitsluitingsclausule in testamenten

In vrijwel alle testamenten is tegenwoordig een clausule opgenomen dat de aangetrouwden van de erfgenamen niet mee-erven, d.w.z. het geërfde vermogen valt buiten de gemeenschap van goederen waarin de erfgenaam is gehuwd (of nog zal huwen) en blijft ook buiten verrekening bij huwelijkse voorwaarden. Dit wordt aangeduid als de privé-clausule of uitsluitingsclausule, en kan men overigens ook koppelen aan schenkingen. In de praktijk komen wij nog wel eens clausules tegen (zeker in oudere testamenten) waarin niet uitdrukkelijk is bepaald dat de vruchten van het geërfde vermogen (denk aan rente, dividend, huuropbrengsten) ook privé blijven.
Ook ontbreekt wel eens de expliciete opmerkingen dat hetgeen voor het geërfde vermogen in de plaats komt (zaaksvervanging) ook privé blijft.
Bijv. de erfgenaam doet met het geërfd privé-geld een extra aflossing op een gemeenschappelijke hypotheek, of schaft daarmee een auto voor het gezin aan.
Dit soort zaken komen bij echtscheidingen in allerlei situaties regelmatig op het bordje van de rechter.
Uit een aantal recente uitspraken is een vaste lijn te ontwaren, te weten:
In alle gevallen werd geoordeeld dat de echtgenoot aan wie aantoonbaar privé-vermogen toeviel (erfenis of schenking), ongeacht de verdere lotgevallen van dat vermogen, een nominale reprise heeft.
Dat wil zeggen dat de erfgenaam (met privé-clausule) bij scheiding zijn privé geërfd geld terug krijgt, dus zonder rendement, maar ook zonder verlies!
Uitzonderingen: indien het testament duidelijk is over vruchten / zaaksvervanging en er concreet bewijs bestaat wat er met het geërfd vermogen gebeurd is.
Zorg dus (a) voor een goede privé-clausule in het testament en (b) nauwkeurige administratie omtrent erfenis, transacties en vruchten.
Het is mogelijk in de privé-clausule een nuance aan te brengen in die zin, dat deze niet geldt als het huwelijk van de erfgenaam eindigt door overlijden.
Dit heeft een fiscaal motief, omdat het successierecht kan besparen.
Deze nuance werkt echter niet als de erfgenaam zelf huwelijkse voorwaarden heeft waarin de verrekening van erfenissen volledig is uitgesloten!
Testament van de ouder en huwelijkse voorwaarden van het kind kunnen dus conflicteren en zouden dus op dit punt op elkaar afgestemd moeten zijn.
Wanneer ondanks huwelijkse voorwaarden of testament er toch wordt afgerekend alsof de erfenis gemeenschappelijk was kan dit fiscaal als een schenking worden beschouwd.
Men kan de privé-clausule per individuele erfgenaam vaststellen.

Met een privé-clausule ben je er niet altijd. Deze kan worden gecombineerd met een tweetrapsmaking. Deze bepaling in het testament bewerkstelligt dat bij einde huwelijk van het kind door overlijden (het restant van) het van de ouders geërfd vermogen niet naar het langstlevende schoonkind gaat maar 'doorzakt' naar de kleinkinderen of bij gebreke daarvan naar bijv. de broers en zusters van het overleden kind.

Koop van grond met toekomstverwachting (een praktijkgeval)

Een particulier heeft, zonder garanties van de eigenaar, een perceel landbouwgrond gekocht voor een op die bestemming gebaseerde prijs, echter met de bedoeling om er na het positief doorlopen van een Ruimte voor Ruimte (RvR)-procedure een woning op te bouwen.
De inspecteur legt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op, omdat er volgens hem sprake is van bouwgrond in plaats van landbouwgrond. Hij acht de waarde hoger dan de betaalde prijs.
De rechtbank is van oordeel dat voor de vaststelling van de waarde in het economisch verkeer niet alleen naar de actuele (agrarische) bestemming van het perceel dient te worden gekeken, maar ook naar de positieve kans van slagen van de RvR-procedure en de bedoeling van belanghebbende om op het perceel grond een woning te gaan bouwen. Het perceel grond heeft volgens de Rechtbank een hogere waarde dan de agrarische waarde en een lagere waarde dan bouwgrond gelet op de aanvankelijke onzekerheid met betrekking tot de (mogelijke) bestemmingswijziging van de grond. Nu geen overeenstemming is bereikt tussen koper en de Belastingdienst, stelt de rechtbank zelf de waarde vast.
Gelet echter op de in dit geval hoge ontwikkelingskosten voor het bouwrijp maken van het perceel grond wordt de uiteindelijke waarde toch lager vastgesteld dan de door belanghebbende betaalde overdrachtsprijs. De overdrachtsbelasting wordt daarom alsnog vastgesteld aan de hand van de overdrachtsprijs (wettelijk minimum). Geen naheffing dus, maar men is gewaarschuwd.

Inhoud en toepassing van huwelijkse voorwaarden

De Nederlandse rechter heeft de mogelijkheid om huwelijkse voorwaarden terzijde te stellen als (bijv. na vele jaren huwelijk) de toepassing daarvan (bijv. bij echtscheiding) in strijd met redelijkheid en billijkheid is. Als dit wordt vastgesteld (maar dat is niet altijd eenvoudig) kan hij daar bij vonnis iets anders voor in de plaats stellen.
De rechter is daarnaast recent er toe overgegaan om de tekst van huwelijkse voorwaarden te toetsen aan de (vermoedelijke) bedoelingen van partijen en deze indien nodig te laten prevaleren boven de letterlijke tekst.
Het is daarom (ter voorkoming van speculaties achteraf) te overwegen de bedoelingen van partijen in de akte op te nemen en/of de uitleg van de huwelijkse voorwaarden door een bepaling in de akte primair bij een derde naar eigen keuze (de notaris) te leggen.
Het is overigens vaste rechtspraak dat echtgenoten (aanvullende) overeenkomsten mogen sluiten over de toepassing van de huwelijkse voorwaarden als die voorwaarden dat expliciet toestaan.
Het verdient aanbeveling om periodiek de huwelijkse voorwaarden te laten toetsen en/of concrete zaken over de toepassing daarvan schriftelijk vast te leggen.
Officiële wijziging van huwelijkse voorwaarden is tegenwoordig aan minder formaliteiten gebonden, maar dient nog steeds te geschieden met goedkeuring van de rechtbank. Er is een wetsvoorstel ingediend ten gevolge waarvan alleen nog de notaris betrokken is bij wijziging van de huwelijkse voorwaarden.

Kort nieuws:

  • Bij wet is per 1 juli 2009 de invorderingstermijn voor belastingaanslagen verkort van twee maanden naar zes weken. Dit betekent dat belastingaanslagen, ook voor successie- en schenkingsrecht, voortaan binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet moeten worden betaald. Thans is dit twee maanden.
  • In bepaalde gevallen kan men teruggave vorderen van betaalde overdrachtsbelasting als de eigendom van de onroerende zaak terugkeert bij de oorspronkelijke eigenaar, bijvoorbeeld bij ontbinding van een levering door vervulling van een ontbindende voorwaarde, dan wel wegens niet-nakoming van bepaalde verplichtingen. Of als de overdracht later wordt vernietigd door de rechter of partijen.
    Aan dit terugdraaien van de levering is wel de eis verbonden van feitelijk en juridisch herstel, dat wil zeggen dat het object feitelijk en juridisch bij de oude eigenaar terug moet keren zoals hij het heeft afgestaan.
    De rechter heeft onlangs uitgesproken dat hier geen sprake van is als het object inmiddels deels verbouwd is of inmiddels is verhuurd.
  • Er komt een nieuwe wet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
    In deze nieuwe wet worden een groot aantal vergunningen samengevoegd tot één integrale omgevingsvergunning. Inwerkingtreding naar verwachting op 1 januari 2010.
  • Wanneer een onroerende zaak wordt geleverd en er sprake is van een nieuw vervaardigd onroerend goed, is er in beginsel sprake van heffing van (verrekenbare) omzetbelasting en tevens van vrijstelling van overdrachtsbelasting.
    De Rechtbank Arnhem heeft onlangs uitgesproken dat wanneer er alleen sprake is van sloop van de opstallen er nog geen nieuw vervaardigde onroerende zaak is en dus geen vrijstelling van overdrachtsbelasting.
    Wilt u met BTW en zonder overdrachtsbelasting leveren zorg dan dat er zondermeer sprake is van een nieuw vervaardigde onroerende zaak.
    Er zijn overigens ook andere voorwaarden. Eerst goed toetsen dus.
  • De Rechtbank Roermond heeft onlangs uitgesproken dat een bewindvoerder bij overlijden van de onderbewindgestelde verplicht is zijn eindafrekening af te geven aan erfgenamen.
  • De Hoge Raad heeft recent nogmaals beslist dat de opdracht aan een makelaar tot verkoop van een woning niet de volmacht inhoudt om een koopovereenkomst tot stand te brengen. De enkele omstandigheid dat een makelaar, die is ingeschakeld bij de verkoop, aan een gegadigde mededeelt dat de opdrachtgever instemt met diens bod, brengt niet mee dat die bieder daaruit mag afleiden dat er een koop tot stand is gekomen.
    Dit is pas het geval als de makelaar expliciete uitlatingen omtrent een volmacht doet en/of daartoe strekkend geschrift overlegt. Ook dan nog is het mogelijk dat hooguit de makelaar aansprakelijk is, maar de verkoper niet aan een koop gebonden.
  • In een aantal rechterlijke uitspraken is nog eens aan de orde geweest dat voor persoonlijke borgstellingen en garanties toestemming van de echtgenote van de borg nodig is, ongeacht het huwelijksvermogensregime of de nationaliteit. Dit is alleen niet nodig als de borgstelling of garantie behoort tot de gewone uitoefening van beroep of bedrijf van de borg. Dit wordt echter door de rechter zelf beoordeeld en restrictief uitgelegd. Laat dus de echtgenote meetekenen, niet noodzakelijk als mede-borg, maar tenminste voor toestemming.
  • Bij recent besluit is tijdelijk goedgekeurd dat bij omzetdalingen het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 evenredig lager mag zijn.
    Zogenoemde AB-werknemers, zoals een DGA van een BV, genieten een (wettelijk verplicht) gebruikelijk loon. De hoogte van het gebruikelijk loon is afhankelijk van de relevante feiten en omstandigheden, zoals de beloning bij soortgelijke dienstbetrekkingen. Het is gebleken dat de economische crisis tot knelpunten leidt bij de vaststelling van een gebruikelijk loon. Een en ander geeft de staatssecretaris van Financiën aanleiding duidelijkheid vooraf te verschaffen en een tijdelijke goedkeuring uit te brengen. Hij kiest daarbij voor een praktisch goed hanteerbaar criterium dat ook recht doet aan het wettelijk uitgangspunt. Bij omzetdalingen mag het gebruikelijk loon in 2009 en 2010 evenredig lager zijn. Daarmee is een verlaging van het gebruikelijke loon in veel gevallen eenvoudig vast te stellen zonder overleg met de inspecteur.
  • Het fiscaal vriendelijke banksparen wordt vanaf 2010 uitgebreid met varianten voor uitvaartproducten en ontslagvergoedingen. Dit laatste is een alternatief voor het storten bij een verzekeraar of in een stamrecht-BV.
  • Sinds 2001 wordt de de ter beschikking stelling van een pand aan de 'eigen' B.V. belast in box 1 en leidt overdracht tot heffing van inkomsten- en overdrachtsbelasting.
    Gedurende 2010 bestaat de mogelijkheid dit te doen zonder heffing. Voor de inkomstenbelasting geschiedt de doorschuiving tegen de boekwaarde (geruisloze inbreng).
    Er is wel de eis dat de verkoper tenminste 90% van de aandelen in de B.V. heeft, die overigens geen materiële onderneming hoeft te drijven.
    Er zijn op het gebied van terbeschikkingstelling ook nog enkele andere versoepelingen.
  • Zelfstandigenaftrek kan bij onvoldoende winst vanaf 2010 niet meer worden verrekend met ander inkomen (zoals loon). Het niet verrekende deel kan echter gedurende 9 jaar alsnog op alsdan gerealiseerde winst worden toegepast.
  • Per 1 januari 2010 gaat de MKB-winstvrijstelling, waarvoor het (1225) urencriterium vervalt, van 10,5% naar 12 %. Men verwacht daardoor een toename van ondernemen op kleine schaal.
  • De tijdelijke mogelijkheid tot willekeurige afschrijving (in 2 jaar) van 2009 wordt uitgebreid tot investeringen in 2010.

Wist u dat overigens?

U heeft het vermoeden dat iemand, die aan u nog iets schuldig is, heeft geërfd.
De notaris, die bij die erfenis betrokken is (bijvoorbeeld omdat hij de desbetreffende verklaring van erfrecht heeft opgemaakt), is in dat geval verplicht aan u antwoord te geven of uw schuldenaar werkelijk erfgenaam is.
U kunt in dat geval beslag laten leggen op het geërfd vermogen en als persoonlijk schuldeiser van één van de erfgenamen kunt u zelfs de verdeling van de erfenis gelasten voor zover nodig om uw vordering te kunnen voldoen.
U kunt bij de Rechtbank van het sterfhuis van de overledene gratis het boedelregister raadplegen welke notaris betrokken is bij de nalatenschap en dus meer kan vertellen omtrent het erfgenaamschap van uw debiteur.

Ditmaal hebben wij aan het eind nog een verzoekje aan u.

Mocht u opmerkingen hebben over onze nieuwsbrief (suggesties, verzoeken, kritiek enz.), dan gelieve u vriendelijk ons uw onvolprezen reactie te doen toekomen.
Stuur uw opmerking aan ons via dit formulier.

Alvast bedankt.